Gemeente wil en kán bezuinigen op zorg

Vanaf 2015 hebben gemeenten het voor het zeggen in de jeugdzorg, inclusief jeugd-ggz. Welke garanties zijn er dan nog voor kwaliteit én kwantiteit?

Wie bepaalt straks welke behandeling een kind met psychische problemen krijgt: de huisarts en de jeugdpsychiater, of de gemeente waar het kind woont – die sterk moet bezuinigen op de specialistische zorg van kinderpsychiaters? Dat is een van de grote vragen bij de behandeling van de Jeugdwet in de Tweede Kamer. De wet regelt dat gemeenten het vanaf 2015 voor het zeggen hebben in de jeugdzorg, inclusief jeugd-ggz; jeugdpsychiaters en gedragswetenschappers die psychische problemen bij kinderen behandelen, zoals autisme, ADHD en depressieve stoornis.

De kinderombudsman, ouders, jeugdpsychiaters en beroepsorganisaties voor artsen, vrezen dat de behandeling van geestelijke problemen bij kinderen na 2015 ontoereikend zal zijn, in kwaliteit én kwantiteit. Gemeenten hebben weinig kennis over ggz-zorg, moeten fors bezuinigen, en deze zorg wordt gezien als duur – ondanks aanwijzingen dat het vrij effectieve behandelingen zijn. Terugdringen van dit soort zorg is zelfs een belangrijk doel van de Jeugdwet, die nadruk legt op eigen kracht en laagdrempelige pedagogische oplossingen.

Maar: ook in de nieuwe wet mag de huisarts naar ggz-hulp blijven verwijzen, en er staat dat de gemeente die verwijzing moet accepteren. Helpt dat bezorgde ouders en psychiaters?

De wet biedt de gemeente genoeg ruimte om ggz-zorg te beperken, zeggen Michelle Vogels en Alice Broersma. Vogels is beleidsmedewerker van het Landelijk Platform GGZ, Broersma jurist bij Accare, een grote ggz-instelling in het noorden. „Elke gemeente bepaalt straks in een verordening welk type jeugdzorg voor vergoeding in aanmerking komt”, zegt Vogels. „De gemeente bepaalt ook wie die mag leveren”, zegt Broersma.

Ook is de vraag wat er gebeurt als het gemeentebudget voor jeugd-ggz op is voor het jaar voorbij is. Is Klaasje die zich in oktober bij de huisarts meldt met angststoornissen dan in januari de eerste? De wet zegt dat de gemeente een jeugdhulpplicht heeft, en de toelichting meldt dat het belang van het kind boven financiële belangen van de gemeente gaat. De vraag is hoe dat in de praktijk werkt, zegt Broersma. De kans bestaat dat de gemeente als het geld op is toch alleen de behandeling van acute klachten zoals psychoses vergoedt, en voor lichtere klachten goedkopere hulp inzet. Het lijkt erop dat gemeenten dat inderdaad zo zien. „De gemeente zal als het budget op is zeker spoedhulp vergoeden”, zegt wethouder Erik Dannenberg van Zwolle, ook voorzitter van de commissie jeugdzorg van de VNG.

Hij denkt dat gemeenten niet in detail gaan vastleggen welke behandelmethode ze vergoeden. „Maar wel bijvoorbeeld dat de methode evidence-based is, en dat bij elke behandeling het gezin betrokken wordt.” Er moet bezuinigd worden, zegt Dannenberg. „Er komt een budget, daar moet men het mee doen. Maar we zullen vooraf met artsen en wijkteams afspraken maken over welke hulpverlening we voor welke groepen willen inzetten.” Hij verwacht, net als andere wethouders en voorstanders van de wet, veel effect van sociale wijkteams. Door snel lichtere hulp in te zetten, zou verwijzing naar de jeugdpsychiater vaak achterwege kunnen blijven. Het is juist die verwachting, die gevers en ontvangers van specialistische zorg doen vrezen dat psychiatrische problematiek bij kinderen niet tijdig herkend en behandeld zal worden.