Gebruik kinderopvang daalt met 13 procent

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher. Foto ANP / Evert-Jan Daniels

Het gebruik van kinderopvang is in de eerste zes maanden van dit jaar met dertien procent gedaald ten opzichte van vorig jaar. Er kwamen niet alleen acht procent minder kinderen, de kinderen die naar de kinderopvang kwamen bleven ook nog vijf procent korter.

Dat blijkt uit cijfers die minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher (PvdA) vadaag naar de Kamer stuurde.

De cijfers hebben alleen betrekking op ouders die kinderopvangtoeslag kregen. De daling kan dan ook voor een groot deel worden toegeschreven aan de verhoogde inkomensgrens. Per 1 januari hebben ouders met een hoog inkomen geen recht meer op de toeslag. Asscher schrijft in zijn brief:

“De daling in het gebruik van kinderopvangtoeslag is het grootst bij inkomens boven 3 x modaal. Dit wordt veroorzaakt doordat huishoudens met een gezamenlijk inkomen boven de €118.189 met ingang van 1 januari 2013 geen kinderopvangtoeslag meer ontvangen voor het eerste kind.”

Het gaat daarbij volgens Asscher om circa 4% van het totaal aantal kinderen.

Deze kinderen worden daardoor niet meer meegeteld in de cijfers over dit jaar, wat leidt tot een sterke daling in de tabel, maar dit hoeft niet te betekenen dat deze ouders geen gebruik meer maken van kinderopvang. Voor huishoudens met een inkomen tot €118.189 is de totale daling in het eerste half jaar 9%, waarvan 4% komt door een daling in het aantal kinderen en 5% door een daling in het aantal uren per kind.”

De arbeidsparticipatie van vrouwen is in het tweede kwartaal van dit jaar vergeleken met het eerste kwartaal nagenoeg constant gebleven. De netto arbeidsparticipatie van moeders met kinderen tot 12 jaar is nu 70,5 procent.