De film als relatietherapeut

‘Verliefd worden was nog nooit zo sexy’ staat er op de poster van Smoorverliefd, die door de distributeur wordt verkocht als romantische feelgoodfilm.

Regisseur Hilde van Mieghem maakte een Nederlandse remake van haar eigen Belgische film uit 2010. De ondanks aardige vormgrapjes weinig sprankelende film draait om vier familieleden en hun romantische perikelen. Door verschillende generaties te combineren komt de liefde in al zijn schakeringen aan bod: van kalverliefde tot overspel. En hoewel de titel anders doet vermoeden, is niemand gelukkig.

Zo trekt de gescheiden actrice Judith (Susan Visser) van bed naar bed, wanhopig wensend dat ze onderweg de ware ontmoet. Keer op keer gaat het mis, waarna ze weer in huilen uitbarst. Ondertussen kibbelt ze met haar ex over haar in zijn ogen onverantwoorde en onvolwassen leven en de opvoeding van hun twee dochters. Judiths getrouwde zus Barbara (Anna Drijver) lijdt aan sleur en worstelt ook nog eens met zwanger worden. Een stomende affaire met een collega biedt tijdelijk een uitweg.

Smoorverliefd heeft de kenmerken van een romantische komedie, maar door de vele vrouwelijke personages sluit de film ook aan bij de recente trend van ensemblefilms over de liefde, terug te voeren op Love Actually: Alles is Liefde en de filmspin-offs van Sex and the City en Gooische Vrouwen. Van Mieghem baseerde het scenario op haar eigen ervaringen. In een interview zegt ze: „Smoorverliefd is een beetje wishful thinking: als ik mijn huwelijk kon overdoen, zou ik het doen.” En zo verwoordt ze het genre beter dan de distributeur: Smoorverliefd is een hertrouwkomedie.

Het vinden van liefde staat niet per definitie gelijk aan geluk. De statistieken zijn helder: ongeveer een op de drie huwelijken strandt. Dat scheiden lijden betekent, is niet onopgemerkt gebleven in Hollywood. Toen een eeuw geleden het aantal scheidingen in Amerika schrikbarend toenam, volgde er een golfje komedies, met belerende titels als Don’t Change Your Husband en Why Change Your Wife? Eind jaren dertig was het weer raak, maar nu met opvallend veel films waarin (bijna) ex-echtgenoten opnieuw met elkaar trouwen, zoals in The Awful Truth en The Philadelphia Story.

Filosoof en filmliefhebber Stanley Cavell wijdde er in 1981 een klassiek geworden studie aan, Pursuits of Happiness. De titel verwijst naar het recht van iedereen op het nastreven van geluk, een recht dat in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring verankerd werd. Het boek heeft als ondertitel The Hollywood Comedy of Remarriage, waarmee Cavell een nieuw subgenre aanduidde. Hij analyseerde zeven screwball-komedies – een komisch genre uit de jaren dertig, vol druk pratende, uitzinnige personages – met ruzieënde protagonisten. Door allerlei misverstanden, vaak ingegeven door de kloof tussen man en vrouw, is het wantrouwen in hun relatie geslopen, en staan ze op het punt te scheiden. Ze ontmoeten nieuwe partners, maar die blijken na een tijdje veel minder leuk en grappig dan hun ex. Op het punt van scheiden realiseren de aanstaande exen zich dat ze tijdens hun samenzijn veel plezier hadden en elkaar door en door kennen. Waarna de aanstaande echtscheiding afgeblazen wordt.

Hollywood laat de wereld graag geloven in eeuwige liefde, de – ook plaatselijke – echtscheidingsstatistieken ten spijt.

Waarom niet smoorverliefd worden op je ex?

André Waardenburg