De baas helpt personeel uit de problemen

Personeel met financiële problemen lijkt minder productief Dat kost een werkgever veel geld Daarom huren zij een financiële coach in die de tobbende werknemer helpt

Financiële coach Natasja Popma van het Nibud bij haar cliënt, een 23-jarige moeder. Haar werkgever, een vastgoedbedrijf, huurde Popma in om te helpen. Popma: „Er is een heel grote berg schulden en ze weet niet waar ze moet beginnen.” Foto Joyce van Belkom

Schuldbewust kijkt ze op als ze ongeopende enveloppen uit een kast trekt. Op zoek naar de salarisstroken van een sportschool waar ze in het voorjaar wat bijverdiende, stuit ze op papieren die haar coach Natasja Popma nog niet gezien heeft. Post van haar ex, rekeningen en, jawel, de salarisstrookjes van april en mei. „Ik zet het op de huiswerklijst”, zegt Popma. „Laatste papieren uitzoeken.”

‘Ze’ is een 23-jarige moeder van een 2-jarige, die, uit schaamte voor haar schulden, niet met haar naam in de krant wil.

Haar werkgever, een vastgoedbedrijf, huurde Natasja Popma in om haar te helpen. Popma is een financiële coach die in opdracht van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) werknemers met schulden bijstaat.

Sinds een week zet het Nibud deze coaches in, na een succesvolle proef die een half jaar duurde. Het instituut begon daarmee omdat het steeds vaker werd gebeld door werkgevers – uiteindelijk één tot drie keer per week – die zich afvroegen wat ze moesten doen met medewerkers met financiële problemen.

Deurwaarder bezoekt je baas

Eind vorig jaar deed het Nibud een peiling onder 547 werkgevers. De resultaten bevestigden het vermoeden: 79 procent van de werkgevers heeft af en toe (52 procent) of vaak (27 procent) te maken met werknemers met financiële problemen.

Die aantallen corresponderen met het aantal binnengekomen loonbeslagen: bij 50 procent van de ondervraagde organisaties wordt af en toe beslag gelegd op het loon van een medewerker – af en toe is ‘hoogstens tien keer per jaar’. Nog een kwart maakt het vaak mee – tussen de twintig en honderd keer per jaar.

Loonbeslag betekent dat een schuldeiser beslag legt op het salaris van de schuldenaar. De deurwaarder komt daarvoor langs bij de werkgever. In bijna de helft van de gevallen is dat het moment waarop de werkgever in de gaten krijgt dat de werknemer geldproblemen heeft – zo ook bij de cliënt van Natasja Popma. Een werknemer die om een voorschot of lening vraagt is daarvan een ander veelgenoemd signaal, daarna volgen ziekteverzuim en stressgevoeligheid.

Een werknemer met schulden kost een werkgever geld. Veel geld: de helft van de ondervraagden denkt dat een werknemer met geldzorgen tot 20 procent minder productief is en zich maximaal negen dagen per jaar ziek meldt als gevolg van zijn financiële problemen. En de andere helft schat productieverlies en ziekteverzuim nog hoger in.

De kosten van het inhuren van een Nibud-coach wegen voor de twintig bedrijven die dat tot nu toe deden dan ook niet op tegen de kosten van een tobbende werknemer. De bedrijven die hulp inschakelden, lopen uiteen van een metaaldraaierij tot een bedrijf in de chemische industrie tot een thuiszorgorganisatie. En de achtergronden van de werknemers die hulp krijgen, variëren net zo sterk.

Na het eerste telefoontje van de werkgever begint een coach, als de werknemer de hulp accepteert, met een inventarisatie van de ernst van de situatie. Denkt hij dat de schulden niet in drie jaar kunnen worden afgelost, dan begeleidt hij de werknemer naar de gemeentelijke schuldhulpverlening. Dat proces duurt gemiddeld drie maanden.

Dat is wat Popma nu ook doet met haar cliënt, die een BBL-opleiding (beroepsbegeleidende leerweg) tot secretaresse volgt. Ze werkt vier dagen per week voor een vastgoedbedrijf en gaat één dag naar school. Haar problemen begonnen toen ze, na de geboorte van haar dochter, moest rondkomen van een studiefinanciering van 700 euro, terwijl de kinderopvang 500 euro kostte. De relatie met de – werkloze – vader van haar kind was verbroken.

Ze nam extra baantjes om haar inkomen te vergroten, maar dat kon niet voorkomen dat de schulden zich begonnen op te stapelen. Ze betaalde „de hardste schreeuwers”, zoals haar coach dat noemt. Deurwaarders, vooral. Daardoor was er voor bijvoorbeeld haar verhuurder geen geld meer over. Met als gevolg dat haar een huisuitzetting boven het hoofd hangt, die Popma probeert tegen te houden. Door prijzige rechtszaken en verkeerde keuzes stapelen de schulden zich op, tot een voorlopig hoogtepunt van nu 17.000 euro.

Grote berg schulden

Ook nu, tijdens een bezoek van Popma op een maandagavond na werktijd, blijkt ze een fout te hebben gemaakt: ze heeft haar huurschuld voor een deel afgelost via het incassobureau in plaats van haar lopende huur te betalen. Fout, want om in aanmerking te komen voor schuldhulpverlening moet je juist je vaste lasten wél betalen. Haar coach legt dat uit en geeft haar overzicht. Popma: „Er is een heel grote berg schulden en ze weet niet waar ze moet beginnen. Het voelt alsof íedereen iets van haar moet.”

Om schuldhulp te krijgen, moet ze haar vaste lasten betalen, haar administratie op orde hebben, inzicht in haar schulden hebben en financieel stabiel zijn. De hulp van Popma is daarbij onmisbaar, zegt ze in haar flat in het Brabantse Rosmalen. „Als ik niet snap wat de gemeente van me wil, zoekt Natasja dat uit. De gemeente had me überhaupt niet meer geholpen als Natasja niet voor me was opgekomen – mijn schulden waren verder opgelopen en dat mag niet als je de schuldhulpverlening in wilt. Echt, als Natasja er niet was geweest, had ik allang op straat gelegen.”

Haar woonkamer en keuken worden verlicht door één lamp. Op de grond ligt roze kinderspeelgoed, op het aanrecht staan lege statiegeldflessen. De witte muren zijn kaal, op een tekst in zwarte plakletters na: Cherish yesterday, dream tomorrow, live today. Popma bezoekt haar cliënten altijd thuis. Daar voelen ze zich veilig. En in dit geval is het handig dat de laatste rondslingerende papieren nog bij elkaar gezocht kunnen worden. „Heb je al een plekje waar je de post neerlegt?” vraagt Popma. „Nee, op tafel, denk ik.” Popma: „Dat lijkt me niet slim, dan kan je dochter erbij. Je moet echt nieuwe gewoonten gaan aanleren. Ook een kasboek gaan bijhouden, al voelt dat nu heel kunstmatig.”

65 euro leefgeld per week

Veel heeft ze niet te besteden: ze krijgt 65 euro leefgeld per week van de gemeente. Daarvan gaat 15 euro naar luiers, 10 euro naar sigaretten en dan moet ze nog boodschappen doen. „Met dat roken moet ik stoppen”, zegt ze, „maar ik heb er juist nu zo veel behoefte aan.”

Na maanden van onzekerheid onderhandelt de gemeente nu met haar schuldeisers over de percentages die ze de komende jaren kan terugbetalen. Gaan niet alle schuldeisers daarmee akkoord, en daar rekent Popma op, dan gaat ze de schuldsanering in. Een bewindvoerder zal dan de buidel van de schuldeisers zo veel mogelijk proberen te vullen door haar drie jaar lang scherp in de gaten te houden – zo zal hij de eerste achttien maanden al haar post openen.

Maar daar maakt ze zich niet druk over. Ze is allang blij als daardoor de dreigende huisuitzetting niet doorgaat. Popma vraagt haar, aan het eind van het gesprek, of ze nog slapeloze nachten heeft. „Nee, het is een stuk rustiger in mijn hoofd nu we ermee bezig zijn. Ik heb me ingesteld op drie jaar leefgeld. Ik ga hier 120 procent voor.”