Zoetwaterkwal

Foto Kees Moeliker

Plotseling doken er kwallen op in Rotterdam. Eind augustus kreeg ik ze via Bureau Stadsnatuur in een potje aangereikt. Ze waren door kinderen uit de Voorhaven geschept. Dit binnenwater in de wijk Delfshaven is zoet. Kwallen associëren u en ik met de zee, maar er bestaan ook zoetwaterkwallen.

Vier glazig-doorzichtige diertjes ter grootte van (en net zo rond als) een muntje van twintig cent dansen actief door het jampotje. Onder het ‘lichaam’, dat doet denken aan een paraplu met franje, hangt een soort klok-en-hamerspel dat wonderwel ook de geslachtsorganen blijkt te herbergen.

Het is de soort Craspedacusta sowerbii die in 1880 ontdekt werd in de waterleliebassins van Regent’s Park in Londen. Men vermoedde toen dat ze met de lelies uit Zuid-Amerika meegelift waren. De soort bleek echter inheems in de bovenloop van de rivier de Yangtze in China. Van daaruit zijn ze onbewust via waterplanten, ballastwater van schepen en door waterleidingen over de hele wereld verspreid. Ze zitten overal, maar leven meestal onzichtbaar in hun poliepstadium dat nog geen millimeter groot is. Pas bij watertemperaturen van boven de 25 graden ontstaat massaal de medusefase, het kwalletje.

Mijn kwallen hebben twee dagen in het jampotje geleefd, tot ik er beroepshalve een scheutje formaline bij gooide.

De auteur is bioloog en conservator van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.