Vooral gehandicapte levert in

Het schrappen van allerlei compensaties voor zorgkosten kost chronisch zieken veel geld.

Belangenorganisaties bepleiten behoud van regelingen.

De bezuinigingen in het regeerakkoord hebben grote negatieve gevolgen voor chronisch zieken en gehandicapten. Zij gaan er de komende jaren tussen 395 en 1.916 euro per jaar op achteruit.

Dat blijkt uit onderzoek van het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) dat gisteren is gepresenteerd. Het werd verricht in opdracht van de CG-Raad en het Platform VG, beide organisaties voor chronisch zieken en gehandicapten.

Het kabinet is van plan om per 2014 een aantal financiële tegemoetkomingen voor chronisch zieken en gehandicapten af te schaffen. Zo vervalt de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg). Hierdoor verdwijnen jaarlijkse toeslagen van 154 euro tot 514 euro netto per jaar. Verder wordt de compensatie van het eigen risico geschrapt, wat de ontvanger 99 euro per jaar scheelt. Ook de belastingaftrek voor ‘specifieke zorgkosten’ verdwijnt. Dagbesteding wordt niet meer vergoed en alleen de allerlaagste inkomens krijgen nog huishoudelijke hulp vergoed.

Uit de berekeningen blijkt dat voor mensen met hoge zorgkosten – het Nibud rekent met 1.000 euro per jaar – het inkomensverlies het sterkst is: 2,5 tot 8,5 procent. Zo gaat een paar met twee kinderen dat anderhalf keer modaal verdient (zo’n 50.000 euro per jaar) er straks 925 euro op achteruit. Een alleenstaande met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA) verliest 1.486 euro per jaar. En een chronisch zieke die met een Wajong-uitkering in een zorginstelling woont, levert jaarlijks 1.916 euro in.

Het kabinet bespaart door deze maatregelen 1,3 miljard euro. Ter compensatie krijgen gemeenten vanaf 2015 700 miljoen euro om chronisch zieken en gehandicapten financieel te ondersteunen, waardoor het inkomensverlies voor chronisch zieken en gehandicapten uiteindelijk minder zou moeten worden. Details hierover ontbreken nog.

De CG-Raad en Platvorm VG vinden dat er een landelijke tegemoetkoming moet blijven, aangevuld door specifieke, gemeentelijke ondersteuning.