Voor Syrische regime telt alleen overleven

Het onder internationale controle brengen van Syrische chemische wapens kan tot vertraging leiden zoals eerder bij Irak en Libië.

Zal Syrië daadwerkelijk instemmen met internationale controle over zijn chemische wapens? Enige voorzichtigheid is geboden. Het is in de eerste plaats Rusland dat op de opmerking van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry is gedoken. Het Syrische regime heeft tot dusver alleen gereageerd met een korte mededeling van minister van Buitenlandse Zaken Walid al-Moallem, die gisteren in Moskou was voor overleg met zijn Russische evenknie Sergej Lavrov.

„Syrië verwelkomt het Russische voorstel uit bezorgdheid over de levens van het Syrische volk, de veiligheid van ons land en omdat het gelooft in de wijsheid van het Russische leiderschap dat alles in het werk stelt om de Amerikaanse agressie tegen ons volk af te wenden.” Opmerkelijk is dat Al-Moallem, door het Russische voorstel te verwelkomen, voor het eerst indirect toegeeft dat Syrië over chemische wapens beschikt. In het verleden heeft Syrië nooit bevestigd of ontkend dat het die heeft.

In juli 2012 liet Jihad Makdissi, toen woordvoerder van het Syrische ministerie van Buitenlandse Zaken, wel per abuis de geest uit de fles. Hij zei dat Syrië nooit ‘chemische of biologische wapens’ zou gebruiken in het kader van het huidige conflict. „Die wapens zijn veilig opgeborgen en staan onder directe controle van het Syrische leger. Ze zullen nooit gebruikt worden tenzij in het geval van externe agressie tegen Syrië.” Maar enkele dagen later trok Makdissi zijn woorden in.

Het Russische voorstel roept herinneringen op aan Irak en Libië, waar pogingen om massavernietigingswapens te vernietigen een langdurig proces waren dat gepaard ging met vertragingsmanoeuvres, eindeloos geruzie en, in het geval van Irak, bombardementen om het regime van Saddam te dwingen tot medewerking met de wapeninspecteurs.

Uiteindelijk was dat proces wel redelijk succesvol. Het regime van Moammar Gaddafi ging in 2004 akkoord met het vernietigen van zijn chemische wapens onder internationaal toezicht. Wel maakte de nieuwe Libische regering na de val van Gaddafi in 2011 bekend dat het een voorraad mosterdgas had ontdekt die niet was aangegeven. Gaddafi had gejokt.

Ondertussen gaat de oorlog gewoon door. De hevige strijd kan het erg lastig maken om de chemische wapens, waarvan niet eens duidelijk is waar die zich precies bevinden, onder internationale controle te plaatsen. Afgelopen weekend veroverden rebellen van de extremistische groep Jabhat al-Nusra nog het dorpje Maaloula nabij Damascus, een van de laatste plekken waar het Aramees uit de tijd van Jezus nog wordt gesproken.

En welk deel van het gifgasarsenaal zal onder internationale controle moeten komen? Human Rights Watch vermoedt dat het Syrische leger ook brandbommen met napalm en fosfor inzet. Laatst gebeurde dat nog bij een bombardement op een school ten noorden van Aleppo.

De Syrische schrijver en dissident Yassin al-Haj Saleh zei gisteren vanuit Syrië tegen de Zweedse radio dat het regime wellicht woord zal houden als het meegaat in het Russische voorstel. „Het enige wat telt voor dit regime is overleven”, aldus al-Haj Saleh. „De chemische wapens opgeven is geen hoge prijs als het alternatief is dat je kop eraf gaat. Massavernietigingswapens zijn niet het probleem. Dit is een massavernietigingsregime.”