Verbod op provisies leidt nietvanzelf tot betere dienstverlening

Banken en verzekeraars ontketenen prijzenslag

Heeft de klant daar baat bij?

In de financiële wereld wordt op dit moment de ene perverse praktijk ingeruild voor de andere. Sinds 1 januari geldt in Nederland het provisieverbod. Dat moet volgens de toezichthouder AFM leiden tot een „verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening” – goed voor de consument. Maar wat het vooralsnog heeft veroorzaakt, is minstens zo zorgwekkend als wat voorheen gebeurde.

Volgens de AFM maakt een aantal banken en verzekeraars zich schuldig aan prijsdumping: een omstreden praktijk waarbij bedrijven hun producten onder de kostprijs aanbieden, vaak om concurrenten het leven zuur te maken. Die concurrenten zijn in dit geval zelfstandige adviseurs en tussenpersonen. Zij kunnen er niet mee concurreren. Voor de consument is dat slecht. Die is uiteindelijk gebaat bij veel concurrentie.

Prijsdumping mag zolang het kort duurt en promotiedoelen dient. Maar het is een grijs gebied. De AFM wil in dit geval niet concluderen dat het bij banken en verzekeraars om een promotie gaat. Zij eist „aanpassingen”.

Het provisieverbod komt van voormalig minister van Financiën De Jager (CDA). Hij wilde ermee bereiken dat intermediairs, zelfstandige adviseurs én adviseurs van banken en verzekeraars weer „naast hun klant” gingen staan. In de jaren daarvoor hadden ze dat massaal niet gedaan. Denk aan de woekerpolissen en aandelenleaseconstructies, die veel consumenten dupeerden.

Als zondebok werden daarvoor mede de provisies aangewezen. Dat is een beloning die een tussenpersoon, zelfstandig adviseur of adviseur van een bank of verzekeraar opstrijkt, zoals bij een hypotheek.

Die provisie werd echter betaald door de aanbieder van dat product zelf, in veel gevallen de bank of verzekeraar. En omdat de provisie per aanbieder nogal eens verschilde, had de adviseur een „perverse prikkel” om vooral dat product te adviseren waar hij het meest aan verdiende. De klant zelf zag meestal niets van die advieskosten. Die waren verwerkt in de totale prijs van de hypotheek.

Vanwege die perversie werden provisies verboden. Ervoor in de plaats kwam een systeem waarbij alle partijen een apart tarief moesten gaan rekenen voor advies: het advies werd zelf een product. De sector zou er grondig door veranderen. Verzekeraars en banken gingen hun eigen verkoopkanalen optuigen. En andere adviseurs kwamen dus onder erg druk te staan.

Minister Dijsselbloem wil het provisieverbod volgend jaar nog verder uitbreiden, tot producten als beleggingsadvies en vermogensbeheer. Dat zou betekenen dat de sector nog meer zal veranderen. Die partijen moeten dan zelf op jacht naar klanten. Nu krijgen ze die vaak doorverwezen van hun moederbedrijven, veelal banken.

Maar het verbod leidt dus ook tot uitwassen. Of die revolutie goed uitpakt voor de consument, valt dan ook nog te bezien. Dat adviseurs geen foute prikkels meer krijgen, is winst. Dat advies nu tegen bodemprijzen wordt aangeboden, is ook positief voor de klant. Maar de grote vraag is wat banken en verzekeraars gaan doen, nádat door hun prijsdumpingpraktijken concurrenten zijn uitgeschakeld?

In de VS staat supermarktketen WalMart erom bekend dat zij bij opening van een nieuw filiaal zó laag gaat zitten met haar prijzen, dat de ene na de andere plaatselijke winkelier failliet gaat. Zijn de concurrenten eenmaal weg, dan gaan de prijzen rap omhoog. Soms zelfs tot niveaus ruim boven de oude.