‘Toezicht is pavlovreactie’

Het overheidstoezicht kan op veel fronten beter, zegt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. „Het is te belangrijk om als speelbal te dienen”, zegt de voorzitter.

Schandalen in de vleessector, bij woningbouwcorporaties en de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk zorgden voor veel vragen over gebrek aan toezicht. Foto’s Dijkstra, Bas Czerwinski, ANP

Eerst is er een geruchtmakend incident. Dan komt de vraag waarom het toezicht heeft gefaald. Vervolgens de roep om meer regels en striktere controle of ze worden nageleefd. En als het weer een tijdje rustig is, vraagt iedereen zich af of er niet te veel regels zijn.

„Het is welhaast een pavlovreactie”, zegt voorzitter André Knottnerus van de de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Gisteren overhandigde hij minister Blok (Wonen en Rijksdienst, VVD) het rapport Toezien op publieke belangen over overheidstoezicht. „Toezicht is te belangrijk om als speelbal van allerlei incidenten te dienen”.

Het ging de afgelopen tijd vaak fout met het toezicht, soms met miljardenverliezen tot gevolg. Voorbeelden te over: financiële problemen bij woningbouwcorporaties, zorg- en onderwijsinstellingen, gevaarlijke situaties in de chemische industrie, voedselschandalen.

De pavlovreactie die de WRR signaleert, zal Blok bekend voorkomen. Daarvoor hoeft hij maar in zijn eigen dossiers te kijken. De ene na de andere woningcorporatie kwam de afgelopen jaren in opspraak door te ambitieuze projecten, gouden handdrukken of speculatie met rentecontracten. In de Tweede Kamer en in de samenleving werd strenger toezicht geëist. Dat komt er. Blok besloot ook het financiële toezicht op corporaties weer naar het ministerie te halen. En dan is het weer wachten op de laatste stap: de roep om minder regels als het weer rustiger is geworden.

Waarom faalt het toezicht zo vaak? De WRR noemt drie oorzaken. De eerste: bezuinigingsdrift. De politiek is „sterk georiënteerd” op lagere kosten, zegt Knottnerus. Gevolg: tussen 2006 en 2011 is het aantal arbeidsplaatsen bij toezichthouders met zo’n 12 procent gedaald en door nieuwe bezuinigingen verdwijnen meer banen. Het aantal inspectiebezoeken neemt af, toezichthoudende instanties fuseren, zoals dit jaar de Nma, Opta en Consumentenautoriteit samengegaan in de Autoriteit Consument & Markt. Tegelijkertijd heeft de samenleving hoge verwachtingen van toezichthouders en ziet ook de politiek graag een „risicoloze samenleving”. Knottnerus: „De vraag is of die ambities waargemaakt kunnen worden.” Opvallend is verder, stelt de WRR, dat over de effectiviteit van het toezicht weinig bekend is. Knottnerus: „Onderzoek staat nog in de kinderschoenen.”

De tweede trend die de WRR signaleert: het toezicht is te beperkt. Toezichthouders controleren vooral het naleven van wet- en regelgeving, iets dat wordt afgedwongen door boetes, sancties en hoofdelijke aansprakelijkheid. Maar in die regels zitten gaten en ze lopen vaak achter op actuele ontwikkelingen. Neem de bankencrisis. Er waren wel regels, maar die regels losten de problemen niet op. Toezichthouders moeten meer oog moeten krijgen voor risico’s die niet door wet- en regelgeving afgedekt worden, vindt de WRR. Juist toezichthouders zitten in de ‘unieke positie’ om vroegtijdig nieuwe problemen „te signaleren en te agenderen”. Zoals de Autoriteit Financiële Markt doet bijvoorbeeld. Die waarschuwde vorige week voor het toenemende aanbod door banken van beleggingsproducten met een zeer hoog risico (turbo’s).

En dan het meeste pikante probleem: toezichthouders moeten onpartijdig zijn en geen „marionet” van een bewindspersoon. Knottnerus: „Het is enorm belangrijk dat het publiek vertrouwen heeft in de onafhankelijkheid.” Dan helpt het niet als ze aan een ministerie zijn verbonden. Dat Blok het financieel toezicht op corporaties naar zijn ministerie wil halen, vindt de WRR geen goed idee. Knottnerus: „Een minister moet niet te direct betrokken zijn bij gebeurtenissen in een sector, hoogstens tijdelijk. Je zit er te ver van af, je kent de details niet. Het is beter afstand te houden.”