Ruttes euro-risico is al 100 miljard kleiner

Nog maar 573,6 miljard euro. Zoveel, berichtte de Duitse centrale bank gisteren, heeft zij nog maar tegoed van de andere landen in de eurozone. ‘Nog maar?’ Ja. Vorig jaar augustus was de Bundesbank nog goed voor een vordering van 751 miljard euro – een nog absurder bedrag.

Het gaat hier om Target-2, een betalingssysteem binnen de eurozone. Banken uit verschillende eurolanden rekenen daar betalingen van hun klanten met elkaar af, via de centrale bank van hun land. Later vereffenen ze hun overschotten en tekorten via de geldmarkt. Normaal functioneert dat soepel, tot de Europese banksector door de eurocrisis fragmenteerde en de geldmarkt opdroogde. De betalingen via Target, gemiddeld zo’n 2.500 miljard euro per dag, bleven komen, maar werden niet langer via een functionerende bankenmarkt geneutraliseerd.

Alles bleef bij de centrale banken steken. Hun betalingssysteem Target werd zo de maatstaf van de spanningen in het eurogebied. Als in een reuzencondensator bouwden zich positieve en negatieve euro’s op binnen Target: steeds hogere tegoeden voor de centrale banken van slechts vier ‘noordelijke’ landen, steeds hogere tekorten voor de rest van de eurozone. Naast Duitsland met zijn tegoed van 751 miljard bereikte Nederland een vorderingsrecord van 169 miljard in januari 2012. Luxemburg piekte in juni 2012 op 125 miljard en Finland op 73 miljard. Alle andere landen, ook Frankrijk, hadden een tekort. Spanje is recordhouder met 434 miljard euro, eveneens in augustus 2012.

Door Target kreeg destijds menig beurscommentator, en hier en daar een gerenommeerde Duitse econoom, de neiging een shotgun te kopen, blikken bonen in te slaan en de heuvels in te trekken – onder het slaken van de kreet ‘koop goud!’ Maar van de grote kladderedatsj is het niet gekomen.

De eurocrisis werd, niet toevallig in augustus vorig jaar toen de Duitse vordering piekte, door topman Mario Draghi van de Europese Centrale Bank bezworen met zijn belofte „alles te doen” om de munt te redden. Sindsdien is het, afgezien van een Cypriotische hik in het voorjaar, rustig geworden. Maar de noordelijke overschotten in Target nemen maar langzaam af: tot bovenstaande 573,6 miljard voor Duitsland, 21 miljard voor Finland, 100 miljard voor Luxemburg en 62 miljard voor Nederland. Dat is nog steeds veel geld, dat puur theoretisch verloren kan gaan als de hele muntunie klapt en er vervolgens geen cent wordt vereffend.

Moeten we in dat licht bang zijn voor de 5,7 miljard staatsgarantie die minister Dijsselbloem van Financiën dit voorjaar gaf voor mogelijke verliezen van De Nederlandsche Bank in ruil voor 3,2 miljard euro aan extra dividend? Volgens kenners hoort Target in beginsel ook bij de garantie. Stel dat het daar inderdaad fout gaat: dan verbleekt die 5,7 miljard sowieso bij het totale verlies. En hoewel een centrale bank best met een negatief eigen vermogen door het leven kan gaan, komt de rekening vroeg of laat toch bij de samenleving terecht.

Misschien is er ook sprake van ongeduld. Nederland loopt al ruim 100 miljard minder ‘risico’ in Target dan anderhalf jaar geleden. Vorderingen en tekorten in Target in deze orde van grootte werk je niet zomaar weg. Dat gaat langzaam. Als Target te vergelijken is met een financiële reuzencondensator, dan loopt die traag leeg. Zoals in het echt soms te zien is aan het lichtje dat nog even blijft branden op een huishoudelijk apparaat dat je al hebt uitgezet.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.