PKK staakt terugtrekking strijders uit onvrede met Turkse regering

Het wankelende vredesproces met de PKK maakt de grenzen instabieler en heeft zo gevolgen voor de oorlog in Syrië.

Uit onvrede over een gebrek aan vooruitgang in de onderhandelingen met de Turkse regering heeft de Koerdische afscheidingsbeweging PKK de terugtrekking van zijn strijders van Turks grondgebied gestaakt. Daarmee komt niet alleen het voorzichtig begonnen vredesproces tussen Turkije en de PKK in gevaar, maar dreigt nog meer onstabiliteit aan Turkije’s onrustige grenzen. De PKK beschuldigt de Turkse regering er van geen stappen te hebben gezet richting „democratisering en oplossing van het Koerdische probleem”. Het staakt-het-vuren blijft wel van kracht.

De PKK begon in maart met terugtrekking van zijn circa 7.000 strijders uit Turkije naar Noord-Irak waar de PKK kampen heeft. Het is onbekend hoeveel strijders zijn vertrokken uit Turkije. Premier Erdogan zei onlangs dat minder dan 20 procent van de strijders het land heeft verlaten.

Eind vorig jaar begon de Turkse geheime dienst rechtstreekse onderhandelingen met de gevangen leider van de PKK, Abdullah Öcalan. Die eist in ruil voor terugtrekking ondermeer onderwijs in het Koerdisch en meer zelfbestuur voor de Koerden in Zuidoost-Turkije. Sinds het ingaan van het staakt-het-vuren op 21 maart is de Turkse regering muisstil over nieuwe toezeggingen aan de PKK. Het wankelende vredesproces met de PKK heeft gevolgen voor de oorlog in Syrië, waar in het noordoosten de zusterorganisatie van de PKK strijdt tegen jihadisten.

De Turkse regering is bezorgd over de strijd en vermoedt dat strijders van de Turkse PKK nu ook in Syrië vechten. Koerden in het grensgebied beschuldigen de Turkse regering er op hun beurt van Arabische strijdgroepen te steunen in hun gevecht tegen de Koerden in Syrië. Als het vredesproces met de PKK vastloopt, raakt Turkije volledig geïsoleerd aan zijn zuidgrenzen. Iran en Irak steunen het Syrische regime van president Assad.