Paulo Paoli en de schande van Ajaccio

Het was een mal gezicht: de vele duizenden extra toeristen die deze zomer voor de Tour de France naar Corsica waren afgereisd, paradeerden in de haven van Ajaccio dagenlang langs een in grauwe verhuisdekens ingepakt brok steen. Niemand die het nieuwe standbeeld te zien kreeg, niemand die vragen stelde.

„Dit is een Corsicaanse kwestie”, had een ober van een nabijgelegen dranklokaal me op samenzweerderige toon uitgelegd toen ik informeerde wat onder de dekens schuil ging. „Een serieuze zaak”, zei hij, „waar we toeristen of sportfanaten niet bij nodig hebben.”

Maar een van die indringers had zijn nieuwsgierigheid niet kunnen bedwingen en trok nog diezelfde nacht de dekens van de sokkel weg. ‘Pascal Paoli 1725-1807’ stond plots voor iedereen zichtbaar in gelige letters op duur marmer. En daarmee begon het gedonder van voor af aan.

Onder Paoli’s leiding was Corsica in de achttiende eeuw veertien jaar lang een zelfstandige natie. Hij is de inspiratiebron voor verschillende nationalistische bewegingen, die nog altijd met brandbommen en demonstraties tegen de Franse ‘bezetting’ demonstreren.

„Niet dat onafhankelijkheid enige kans van slagen heeft”, had een gepensioneerde Corsicaanse televisiejournalist me in een toestel van Air Corsica uit Parijs lachend toevertrouwd. „We hebben een taal, een bierbrouwerij en een luchtvaartmaatschappij. Maar onze economie is te klein voor zelfstandigheid, dat weet de grootste nationalist. Nu al is de helft van de jeugd werkloos. Paoli is een soort schaamlap geworden.”

Bijna alle grote plaatsen op het eiland hadden al een beeld van de nationalistische held. Ajaccio niet. Om die leemte te vullen bestelde de gemeente na veel debat in 2011 bij een kunstenaar op het vermaledijde ‘continent’, zoals de Corsicanen Frankrijk noemen, zijn eigen exemplaar. Een plaats was snel gevonden: voor het Paleis van Justit ie.

Beeld en sokkel waren bijna geïnstalleerd toen de brandweer eind vorig jaar waarschuwde dat in geval van nood het gerechtsgebouw onbereikbaar werd. „Dit heeft niets te maken met de persoon Pascal Paoli”, verdedigde de ‘procureur van de republiek’ zich geschrokken tegenover boze nationalisten. Zelfs een beeld van generaal De Gaulle kon niet op deze plek, zei hij.

Een geplande onthulling even verderop was weken later om onduidelijke redenen uitgesteld omdat een minister uit het verre Parijs juist diezelfde dag het eiland wilde bezoeken om de plaatselijke criminaliteit krachtdadig aan te pakken. Van het beeld van Paoli werd vervolgens weinig meer vernomen. Totdat de buste deze zomer dus plotseling ingepakt opdook bij de haven.

Die achterafplaats, klaagden inwoners, was een belediging. En wie had bedacht om hem op de sokkel ‘Pascal’ te noemen? „Pasquale de’Paoli is in het Corsicaans zijn werkelijke naam”, legde kenner Antoine-Marie Graziani uit in de krant. Het vermelde citaat, ‘L’égalité ne doit pas être un vain mot’, was de meeste mensen niet radicaal genoeg.

Maar na alle kritiek op de sokkel moest het ergste nog komen: de onthulling zelf. ‘Bubba’ is met zijn bolle kop en spleetogen ‘een echte Boeddha geworden’, oordelen critici nu. In Ajaccio is de buste, ‘die lijkt weg te zinken in de enorme sokkel’ sinds het vertrek van de Tour het gesprek van de dag. „We zijn bedonderd door de kunstenaar van het continent”, zegt de caféhouder nu.

Ik bel de gepensioneerde televisiejournalist. „Zonder zondebok geen nationalistische beweging”, zegt hij vrolijk. En of ik zijn nieuwe adres even wil noteren: hij is naar Parijs verhuisd.