Opstaan en weer terugvechten

Rafael Nadal bekroonde een schitterend comebackjaar met zijn tweede zege in New York. In de finale was hij Novak Djokovic in vier sets de baas.

Rafael Nadal viert zijn dertiende grandslamzege in New York, waar hij vannacht Novak Djokovic versloeg. Foto AFP

Letterlijk ondersteboven sloeg Novak Djokovic zijn tegenstander Rafael Nadal bij een stand van 4-4 in de derde set. In een uiterste poging een knallende forehand nog terug te slaan, viel de Spanjaard pardoes op zijn rug: 0-40, drie breekpunten voor Djokovic. Maar nog was het niet genoeg. Nadal herrees, sloeg zijn enige ace van de wedstrijd, maakte ‘gewoon’ 5-4. „Vamos”, riep coach en oom Toni op de tribune. Nadal brak meteen erna de service van Djokovic en daarmee ook de wilskracht van de Serviër. Met 6-2, 3-6, 6-4 en 6-1 won hij voor de tweede keer de US Open, zijn dertiende grandslamtitel.

Zie Nadal (27) direct na het beslissende punt op de grond vallen van uitzinnige vreugde. Het hoofd naar de baan gericht, zijn tranen verbergend. Daar rent hij naar Djokovic bij het net. Een omhelzing, een enkel bewonderend woord en dan, heel even maar, zijn hoofd op de schouder van de verliezer. Een mooi moment van tederheid, na een partij van 3 uur en 21 minuten vol slaggeweld. En weer valt Nadal op de grond. Nu laat hij de tranen wel zien, als hij naar de hoek loopt met zijn getrouwen. „Alleen mijn team weet hoeveel deze titel voor mij betekent”, zegt hij bij de huldiging. „Om een aantal redenen is dit het meest emotionele seizoen uit mijn carrière”, zal hij er later op de persconferentie aan toevoegen.

Een jaar geleden zat Nadal met een knieblessure thuis op Mallorca voor de televisie, toen Andy Murray in de finale in New York Djokovic versloeg. Wimbledon gemist, geen Olympische Spelen en US Open in 2012. Vannacht wilde hij het niet toegeven, maar zijn carrière leek in gevaar. „Ik ben een positieve gast”, klonk het met een lach. Maar zijn hevige emoties na afloop van de finale dan? „Als je elke dag naar de sportschool gaat en je ziet geen positief resultaat, dan kost dat veel energie. De beslissende factor waren de mensen om me heen die in me bleven geloven. Zonder hen had ik hier niet de kans gehad om hier vandaag te staan.”

Zeven maanden zonder wedstrijd, zeven maanden twijfel. Om in februari toch weer te beginnen, in Chili. „Het zwaarste is de pijn”, vertelde coach Toni Nadal in New York aan persbureau AP. „Je hebt pijn en je speelt. Maar het probleem is dat je nooit weet of je ooit weer zo hard kunt lopen als voorheen, of dat je nog in staat bent om te spelen tegen de beste spelers. Vanaf dag 1 is het moeilijk, altijd.”

Natuurlijk was Nadal al helemaal terug, toen hij begin juni op Roland Garros zijn achtste titel greep, in ouderwets ongenaakbare stijl. Maar op gravel was hij altijd al de beste. Wat te denken van zijn nederlaag in de eerste ronde op Wimbledon tegen de Belg Steve Darcis, toen nummer 135 van de wereld? Toch weer die knie? Een strompelende Nadal weigerde er in Londen over te praten, gaf de Belg alle credits en bleef hard werken. Om nu ook op hardcourt uit te groeien tot de allerbeste. Het hele jaar is hij op deze baansoort al ongeslagen. Voorafgaand aan de US Open won hij de toernooien van Montreal en Cincinatti, met zeges op Roger Federer en Djokovic.

Hoe goed is de tennisser die op hardcourt kan winnen van Djokovic? Van acteur Sean Connery tot voetbalster David Beckham – de 23.000 toeschouwers kregen in het soms kolkende Arthur Ashe Stadium de fraaiste ballen voorgeschoteld door de Serviër. Zie hem in de twee set een breekpunt benutten na een rally van liefst 54 slagen. Beide spelers ‘on top of their game’. Wat een fantastische winners, meestal met de forehand, soms met de backhand of met een enkele gevoelvolle volley. Wat een souplesse ook.

Maar tegenover 46 winners stonden volgens de statistieken ook 53 unforced errors van Djokovic. Kun je tegen Nadal eigenlijk wel spreken van onnodige fouten? De accuratesse die nodig is om het krachtige spel van de Spanjaard te ontregelen houdt niemand vol. Je moet risico’s nemen.

En bij het kleinste teken van verslapping slaat Nadal onverbiddelijk toe. Een break achter in de derde set, weg gemept op 4-4? „Hij had die set kunnen verliezen”, sprak oud-topper Mats Wilander op Eurosport. „Maar de kleinste kans om niet te verliezen grijpt hij voor honderd procent aan.”

De sportieve rivaliteit tussen Nadal en Djokovic („niemand dwingt mij tot zo’n hoog niveau als Novak”) is zeker van het niveau Nadal-Federer. In zijn superjaar 2011 nam Djokovic op Flushing Meadow de heerschappij over van Nadal, na een glutendieet en vijf kilo gewichtsverlies. Nadal verzwaarde zijn racket een paar gram en ging iets agressiever spelen. In Australië verloor hij in 2012 nipt hun legendarische finale (5.53 uur), maar de kloof was weer gedicht. Ze speelden tot nu toe 37 keer tegen elkaar, een record sinds de tweestrijd tussen John McEnroe en Ivan Lendl. Na zijn zege van vannacht leidt Nadal met 22-15.

Alleen op hardcourt heeft Djokovic nog een positieve balans (11-7). Maar hoe lang nog? De Servische nummer één van de wereld verliest de laatste tijd meer finales dan hij wint. Nadal ‘ruikt’ na zijn dertiende grandslamtitel Pete Sampras (14) en Federer (17). Hij won dit jaar negen toernooien, scoorde zestig zeges tegenover slechts drie nederlagen. Geen twijfel over zijn honger naar meer. „Alles is zoals altijd”, hield hij vannacht te hoge verwachtingen af. Zijn houding op de baan vertelde meer. Opstaan, terugvechten. Nadal ligt nooit lang op zijn rug.