Opeens wil Rusland snel aan de slag in Syrië

Minister van Buitenlandse Zaken veroverde met zijn inhaken op de opmerking van John Kerry het diplomatieke initiatief.

Rusland is vandaag alvast begonnen een „concreet en effectief plan” uit te werken om de chemische wapens in Syrië onder internationaal toezicht te plaatsen. Moskou heeft nu ineens haast. Minister Sergej Lavrov van Buitenlandse Zaken ruikt kansen omdat collega John Kerry geen helder plan heeft. „Als we zo een militaire slag kunnen voorkomen, zullen we onverwijld met Damascus aan het werk gaan”, had Lavrov gisteren al gezegd.

Sinds de Amerikaanse president Barack Obama vijf weken geleden eenzijdig een ontmoeting met Vladimir Poetin in Moskou afzegde, boekt Rusland het ene na het andere diplomatieke succes zonder daar zelf veel moeite voor te hoeven doen. Als volleerd schaker weet met name Lavrov steeds het tempo uit de initiatieven van de Verenigde Staten te halen.

Gisteren deed hij zijn meest verrassende tegenzet tot nu toe. Voor het eerst sinds het begin van de burgeroorlog in Syrië zei Lavrov nu eens geen ‘nee’ maar juist ‘ja’ op een zet van collega Kerry. Ja tegen zijn idee dat de Syrische regering een Amerikaanse represailles kon voorkomen als ze haar chemische wapens onder internationaal toezicht zou plaatsen. Als ook Assad, voor Rusland het „legitieme” gezag in Syrië, ermee instemde, stond niets een vreedzame oplossing in de weg. Ambtgenoot Walid al-Moallem, toevallig in Moskou, zei na een paar uur ook ‘ja’. Hij kent de verhoudingen. Ondanks eerdere schuldsaneringen ter waarde van circa 10 miljard euro, staat Syrië nog altijd voor 3 miljard euro in het krijt bij Rusland. Die schuld is een van de redenen dat Moskou eerder de levering van anti-raketsystemen S-300 heeft opgeschort.

Lavrov zaaide, na jaren ‘njet’, met dit onverhoedse ‘ja’ verwarring bij de Amerikanen. Dankzij Kerry wist Rusland in een paar uur het initiatief naar zich toe te trekken en ruimte te scheppen voor de internationale aanpak die het al twee jaar bepleit.

Het werd tijd. Afgelopen twee weken boekte Moskou nagenoeg elke dag succes. De Britse premier David Cameron zette de reeks diplomatieke overwinningen in gang door zelf een nederlaag te lijden. Cameron ging twaalf dagen geleden in belligerente stemming naar het Lagerhuis maar moest er het hoofd buigen voor een meerderheid die geen oorlog wil zonder mandaat van de internationale gemeenschap.

Plotseling was Rusland niet meer het permanente lid dat de Veiligheidsraad in zijn eentje, alleen gesteund door China, in „gijzeling” hield, zoals de Amerikaanse VN-ambassadeur Samantha Power meent. Het waren nu Amerika en Frankrijk die binnen de Veiligheidsraad een minderheid vormden. Op de topconferentie van de G20 eind vorige week in Sint-Petersburg bleek die de verdeeldheid van de twintig grootste industriemachten andermaal.

Maar dat noopte Rusland ook tot een volgende stap. Na de negatieve ‘veto’s van afgelopen jaren werd het tijd voor positief ‘leveren’. Veel opties had het tot gisteren echter niet. Moskou is tegen elke vorm van gewapend ingrijpen, zolang de schuldvraag over de gifgasaanval niet onomstotelijk kan worden beantwoord. Maar dankzij Kerry’s retorica heeft Rusland nu ineens een variant in de schoot geworpen gekregen. Zoals parlementariër Aleksej Poesjkov, voorzitter van de Doema-commissie buitenlandse zaken, gisteren met empathie zei voor de Russische radio: „Obama persoonlijk wil ook geen oorlog”.