Onderzoeksjournalisten willen toch liever bruine enveloppen

Onderzoeksjournalisten zijn ongelukkig met de nieuwe lekwebsite Publeaks. Vooral de anonimiteit is bezwaarlijk.

Argos, Zembla en Reporter, de onderzoeksprogramma’s van de publieke omroep, zijn tegen Publeaks. Ook dagblad De Telegraaf en tijdschrift Elsevier zien er niets in. Meerdere onderzoeksjournalisten zeggen dat ze niet op het initiatief zitten te wachten.

Publeaks is een klokkenluiderssite waarop tipgevers documenten anoniem kunnen lekken naar de pers. De site, sinds gisteren in de lucht, wordt gesteund door vijftien dagbladen (waaronder deze krant), tijdschriften en tv-programma’s en dient om onderzoeksjournalisten te helpen.

Margo Smit, directeur van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ, 650 leden): „Ik voel me er niet gemakkelijk bij. Wie lekt, heeft een belang. Door de anonimiteit weet de journalist niet wat dat belang is. Bij zaken rond klokkenluiders komt veel zorg en nazorg kijken. Dat valt weg bij anonieme bronnen.”

Bart Nijpels van Reporter: „Klokkenluiderssites als WikiLeaks en Publeaks zijn als sleepnetten van 5 kilometer die de zee leegvissen en dan kijken of er wellicht kabeljauw tussen zit. Dat heeft niets met het werk van de onderzoeksjournalist te maken. Die gaat er met een speciaal schepnetje op af.”

Joost Oranje, die als hoofdredacteur van Nieuwsuur wel meewerkt met Publeaks, begrijpt de bezwaren, maar wil het project een kans geven: „Wie weet levert het wat op. Je zal wel gek zijn om een goed verhaal te laten liggen.”

De bezwaren zijn deels praktisch: Publeaks zou overbodig zijn; het levert te veel troep op waar je eindeloos doorheen moet waden (Nijpels: „Als u wat te zeuren heeft, komt dan hier uw rotzooi dumpen.”). Ook het mogelijk moeten delen van informatie met concurrenten staat ze tegen.

Andere bezwaren zijn van ethische aard. Zo zou de website onverantwoord zijn omdat ze het lekken van geheimen zou uitlokken. Huub Jaspers van radioprogramma Argos in een e-mail aan zijn vakbroeders: „Daar zit een verkeerde ideologie achter, alsof lekken zonder meer goed zou zijn, elke lekkende meteen een klokkenluider is en alle vertrouwelijke informatie zonder meer op straat zou moeten.” Volgens hen bestaan er ook geheimen die terecht geheim blijven. John Schoorl van de Volkskrant (zijn krant ondersteunt het project) ziet ook niet veel in Publeaks, maar de ethische problemen vindt hij onzin: „Lekken? Altijd goed, hoe meer hoe beter. Alles moet gewoon openbaar worden. Ethiek is meer iets voor achteraf.”

WikiLeaks blijkt een schrikbeeld: te veel informatie ligt op straat, de levens van de informanten zijn verwoest. En het is een activistengroep met een ideologisch belang. Daar moet de journalist zich niet zomaar mee inlaten. Dat Publeaks een website is, leidt ook tot grote bezwaren. De anonimiteit van de verklikkers is niet volledig te garanderen – zo zeggen ook de makers van de site – omdat het om elektronische communicatie gaat. Hoe stevig beveiligd de site ook lijkt, zo leert ons de NSA-affaire, de inlichtingendiensten lezen mee.

De critici verkiezen de klassieke middelen. Dus nooit per telefoon of computer communiceren. Lekken geschiedt het liefst mondeling. Joep Dohmen van NRC Handelsblad (zijn krant doet mee, maar hij is tegenstander) zweert bij de posterijen. De bruine envelop verbrandt hij in zijn open haard. Oranje van Nieuwsuur is wel overtuigd van de veiligheid van de website: „Ik ben ook dol op afspraken in parkeergarages en in het brugrestaurant over de A4, maar dat kan altijd nog.”

Het breedst gedragen bezwaar geldt de anonimiteit. Hoewel bronnen in de krant anoniem kunnen blijven, wil de journalist zelf altijd weten wie ze zijn. Jaspers van Argos: „Wie is het? waar komt hij vandaan? Wat is zijn motief? Dat moet je allemaal kunnen checken.” Jos van Dongen van Zembla: „Je moet wel weten voor welk karretje je wordt gespannen”. Bart Nijpels van Reporter: „De meeste onthullingen komen uit rechtstreeks menselijk contact.” John Schoorl van de Volkskrant: „Als iemand mij iets belastends wil vertellen, dan wil ik diegene in de ogen kunnen kijken.”

Oranje van Nieuwsuur werpt tegen: „De mooiste verhalen die ik vroeger als NRC-journalist heb uitgezocht, begonnen altijd met een anonieme tip. Daarna moet je verder gaan zoeken.”

Nijpels: „Publeaks is in het beste geval een beginpunt.”