Nu weten we ook waarom het toezicht zo vaak faalde

Na elk geruchtmakend incident hoor je: waarom faalde het toezicht? Het gaat mis bij woningbouwcorporaties, onderwijs, voedselschandalen Drie oorzaken die hiervoor verantwoordelijk zijn

Op deze plek in Rotterdam zouden nieuwbouwwoningen komen, maar door de problemen bij wooncorporatie Vestia ligt het project nu stil. Foto Walter Herfst

politiek redacteur

Minister Stef Blok (Wonen en Rijksdienst, VVD) hoeft maar in zijn eigen dossiers te kijken en hij snapt hoe het werkt. De ene na de andere woningbouwcorporatie kwam de afgelopen jaren in opspraak door te ambitieuze projecten, zonnekoningengedrag, of miljardenspeculatie met rentecontracten. De samenleving en de Tweede Kamer eisten strenger toezicht. Dat krijgen ze, en Blok besloot gelijk maar het financiële toezicht op corporaties weer naar zijn eigen ministerie te halen. Zodat hij er in de toekomst bovenop zit.

Het is een schoolvoorbeeld van hoe overheidstoezicht werkt, zo blijkt uit het rapport Toezien op publieke belangen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat Blok gisteren kreeg overhandigd. Want na elk geruchtmakend incident is de eerste vraag die door politiek en media wordt gesteld: waarom heeft het toezicht gefaald? Daarna wordt gepleit voor meer regels en strengere handhaving en trekt de overheid de touwtjes aan. En alvast als waarschuwing aan Blok: als het weer een tijdje rustig is in de sector, slaat de sfeer om en vraagt iedereen zich af of er niet te veel regels zijn.

„Maar toezicht is te belangrijk om als speelbal van allerlei incidenten te dienen”, zegt voorzitter André Knottnerus. Het ging de afgelopen jaren vaak fout met het toezicht, soms met miljardenverliezen tot gevolg. Voorbeelden te over: misstanden in de zorg (neuroloog Jansen Steur), financiële problemen bij corporaties, zorg- en onderwijsinstellingen (Vestia, Meavita, Amarantis), voedselschandalen (fraude met paardenvlees, de poepbacterie op vlees) en gevaarlijke situaties bij de industrie (brand bij Chemie-Pack in Moerdijk).

Waarom faalde het toezicht zo vaak? De WRR noemt drie oorzaken – zelf spreekt de raad over „trends”.

Bezuinigingsdrift

De politiek is „sterk georiënteerd” op lagere kosten, zegt Knottnerus. Gevolg: tussen 2006 en 2011 is het aantal arbeidsplaatsen bij toezichthouders met 12 procent afgenomen en dat zal de komende jaren verder dalen dankzij nieuwe bezuinigingen. Het aantal inspectiebezoeken neemt af, toezichthouders fuseren. Zo zijn de NMa, Opta en Consumentenautoriteit dit jaar samengegaan in de Autoriteit Consument & Markt. Tegelijkertijd heeft de samenleving hoge verwachtingen van toezichthouders en ziet ook de politiek graag een „risicoloze samenleving”. Opvallend is verder, stelt de WRR, dat over de effectiviteit van het toezicht weinig bekend is. Knottnerus: „Onderzoek staat nog in de kinderschoenen.”

Toezicht is te beperkt

Toezichthouders controleren vooral het naleven van wet- en regelgeving, iets wat wordt afgedwongen door boetes en sancties. Maar in die regels zitten gaten en ze lopen vaak achter op actuele ontwikkelingen. Neem de bankencrisis. Er waren wel regels, maar die regels losten de problemen niet op. Toezichthouders moeten meer oog krijgen voor risico’s die niet door wet- en regelgeving worden afgedekt. Juist zij zitten in de ‘unieke positie’ om vroegtijdig problemen „te „signaleren en te agenderen”. Zoals de Autoriteit Financiële Markt doet. Die waarschuwde vorige week nog voor het toenemende aanbod door banken van beleggingsproducten met een zeer hoog risico, de zogeheten turbo’s. Toezichthouders moeten meer op afstand zitten om te kijken waar de grote risico’s zitten. Knottnerus: „Al moet je dan weer oppassen dat het niet in een ‘papieren toezicht’ verandert. Je moet ook op de werkvloer komen.”

Marionet van minister

Toezichthouders moeten onpartijdig zijn en geen „marionet” van een bewindspersoon. Knottnerus: „Het is enorm belangrijk dat het publiek vertrouwen heeft in de onafhankelijkheid.” Dan helpt het niet als ze aan een ministerie zijn verbonden. Dat juist minister Blok het financieel toezicht op corporaties naar zijn ministerie wil halen, vindt de WRR geen goed idee. Knottnerus: „Een minister moet niet te direct betrokken zijn bij gebeurtenissen in een sector, hoogstens tijdelijk. Je zit er te ver vanaf, je kent de details niet. Het is beter een beetje afstand te houden.”