Met Noors watersnoodhuisje begint canon

Minister Bussemaker (Cultuur) gaf gisteren in Arnhem, in het Openluchtmuseum het startsein voor visualisatie van de historische canon.

In het water tussen het Noordlarense torenmolentje en paltrokmolen ‘Mijn Genoegen’ vaart een trekpontje. Aandrijving van deze veerdienst: vijf basisschoolleerlingen uit Raamsdonksveer. Locatie: het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Minister Bussemaker stapt in het wiebelige bootje en trekt het, bijgestaan door tien kinderhanden, naar de overkant.

Terug op het droge verrichtte de minister gistermiddag, samen met het Brabantse vijftal, de starthandeling voor de herbouw van een houten watersnoodwoning uit Raamsdonksveer, een van de 326 bouwpakketten die de Noorse regering in 1953 aan Nederland schonk. Ook andere landen stuurden woningen – en dieselauto’s, rollen prikkeldraad, kilo’s bouillonblokjes, lieslaarzen en kokosnoten. Goede bedoelingen ten spijt, toegezonden Franse beha’s bleken te klein voor de Nederlandse bustes.

In februari was het zestig jaar geleden dat de watersnoodramp zich voltrok en delen van Nederland, België, Engeland en Duitsland blank zette. Hoewel Raamsdonksveer minder zwaar werd getroffen dan andere dorpen, ging een foto uit het plaatsje – waarop te zien is hoe bewoners met een amfibievoertuig in veiligheid worden gebracht – de hele wereld over.

De voormalige bewoonster van de Noorse woning, toentertijd vijf jaar oud, is ook aanwezig bij de starthandeling. Met de herbouw van haar jeugdhuis, dat in het voorjaar van 2014 zal worden geopend voor museumbezoekers, wordt tevens het startsein gegeven voor de visualisatie van de Canon van Nederland. Vijftig historische ‘vensters’, beginnend bij de hunebedden en eindigend bij de Europese samenwerking vanaf de Tweede Wereldoorlog, zullen stap voor stap in het museum gevisualiseerd worden.

Het oorspronkelijke plan was om de canon in een Nationaal Historisch Museum in een nieuw pand naast het Openluchtmuseum onder te brengen. Die opzet werd in 2010 vanwege grote bezuinigingen in de culturele sector weer aan de kant geschoven. Het museum werd nooit gebouwd. De vijftig verbeeldingen van de canon zullen daarom in het Openluchtmuseum gehuisvest worden. In samenwerking met het Rijksmuseum, dat een deel van de collectie beschikbaar stelt.

Om een groot publiek aan te spreken, de focus ligt op onderwijs en gezinnen, zal de canon ‘van onderaf’ verteld worden. Aan de hand van petites histoires die het grote verhaal op een persoonlijke manier belichten, met veel aandacht voor het dagelijks leven. Men hoopt met de canonopstelling vervolgbezoek te genereren, bijvoorbeeld aan de hunebedden, of aan het graf van Willem van Oranje.

De herbouw van de watersnoodwoning zal gevolgd worden door de plaatsing van de laatste nog werkende ja-knikker, die symbool staat voor de winning van fossiele brandstof uit eigen bodem.

De overige 48 vensters, van de Tachtigjarige Oorlog tot Annie M.G. Schmidt, zijn daarna aan de beurt. In 2016 zal het project gereed zijn, en is de hele canon in het museum te zien.