Machtsstrijd in Kenia vaak op basis van stam

Een conflict over grond leidde in 2007 tot een explosie van geweld tussen de grootste etnische groepen. Rond verkiezingen gebeurt dit vaker.

Met fanfare sloten Kenia’s president Uhuru Kenyatta en zijn vicepresident William Ruto eind vorige week de laatste vier kampen met ontheemden van het verkiezingsgeweld van eind 2007, begin 2008. Er heerst vrede in Kenia en er heeft verzoening plaatsgevonden, willen beide door het Internationaal Strafhof aangeklaagde politici laten zien. Rechtszaken in Den Haag leiden tot het openen van oude wonden en bedreigen de vrede, zeggen hun aanhangers.

Kenia’s strijd om de macht verloopt vaak op basis van stammen. Rond verkiezingen breekt er daarom ‘stammenstrijd’ uit om de tegenstanders te intimideren. Uit naam van zijn stam de Kalenjins spoorde Ruto daarom in 2007 – volgens de aanklacht van het Strafhof – aan tot het gebruik van geweld tegen de Kikuyu’s. Uhuru Kenyatta nam voor zijn Kikuyu’s daarop – ook weer volgens de aanklacht – wraak op de Kalenjins en de Luo.

Kenyatta en Ruto werden op die manier helden van hun tribale achterban. Nadat de procedure van het Strafhof wegens hun vermeende misdaden tegen de menselijkheid was begonnen, sloten ze vrede en smeedden ze een politieke coalitie aan de vooravond van de verkiezingen in maart van dit jaar. Die verkiezingen wonnen ze op basis van de numerieke sterkte van hun stammen.

Maar heerst er nu ook nog vrede tussen de Kalenjins en Kikuyu’s? Hun oude conflict over grondbezit in de Rift Vallei lag eind 2007 aan de basis van het verkiezingsgeweld, waarbij officieel 1.133 doden vielen en ruim een half miljoen mensen ontheemd raakte. De columnist Gitau Warigi schreef in de Sunday Nation: „De onderliggende haat is nog rauw, juist omdat de daders van het verkiezingsgeweld nog steeds geen berouw tonen”.

Ruto bevorderde volgens de aanklacht door zijn acties en uitlatingen misdaden tegen de menselijkheid rond de stad Eldoret, zoals de brandstichting van het kerkje van Kiambaa waarbij meer dan 30 Kikuyu’s om het leven kwamen door toedoen van Kalenjins. Kort voor de verkiezingen dit jaar bezocht ik Kiambaa en trof er de Kikuyu Jospeh in de kerk. „Kalenjins willen ons land afpikken, we moeten op onze hoede blijven”, zei hij. „Overdag prediken ze vrede en ’s nachts vallen ze je aan.” De Kalenjin Julia kwam de in het gebouw opgesloten kerkgangers niet te hulp. Haar afkeer van de rivaliserende Kikuyu’s was niet wel overwogen. „Ze zijn kameleons, je kunt ze nooit vertrouwen”, zei ze.

„De pogingen van hulporganisaties verzoening te bereiken, zijn mislukt”, stelde een sociaal werker van de Anglicaanse kerk in Eldoret. Hij doorkruiste na de gewelddadige verkiezingen vier jaar lang het land om de stammen bijeen te brengen. „Het heeft geen effect. Want het oorspronkelijke probleem bestaat nog: de Kalenjins geloven nog steeds dat de Kikuyu’s hier niet thuishoren.”

Volgens de tegenstanders van interventie door het Internationaal Strafhof zijn Ruto en Kenyatta slachtoffers van een Westers complot. Volgens de voorstanders zetten zij de waarheid op zijn kop.