Kinderen als willoze slaven van de aliens

Postapocalyptische serie voor sentimentele monsterliefhebbers

Noah Wyle (rechts) als Tom Mason, de geschiedenisprofessor die soldaat wordt, met zijn zonen inFalling Skies.

Elk jaar probeert de televisie-industrie in de Verenigde Staten middels pilots meer dan honderd nieuwe series uit op het publiek: een televisieserie moet dus een sterk eigen profiel hebben om te overleven. Voor sciencefictionserie Falling Skies vond scenarioschrijver Robert Rodat het haakje waar het publiek aan blijft hangen. Van de serie is inmiddels een vierde seizoen besteld.

Rodats originele vondst is dat de aliens die de wereld hebben bezet, kinderen ontvoeren en tot slaaf maken. Hun methode is angstaanjagend. De kinderen krijgen een slakvormig schild op hun rug, dat met pinnen aan hun ruggengraat is verbonden. Hoe dat schild werkt en waarom de kinderen het opkrijgen is de centrale vraag van de serie. Wel al duidelijk is dat het schild de kinderen verdooft en willoos maakt: ze verliezen hun identiteit en veranderen in zielloze werktuigen.

In Falling Skies, dat wordt geproduceerd door Steven Spielberg, wordt een postapocalyptische oorlog tussen buitenaardse wezens en het resterende deel van de mensheid uitgevochten. De grote steden zijn verwoest, het leger verslagen en vaders en moeders moeten zelf vechten, zij aan zij met overgebleven plukjes soldaten.

Tot de gewapende burgers die zich bij een gehavend regiment buiten Boston hebben gevoegd, behoren Tom Mason, een geschiedenisprofessor, en zijn drie zonen. Tom houdt onder alle omstandigheden het hoofd koel, waardoor hij tot plaatsvervangend commandant wordt benoemd. De catastrofe is voor hem geen reden op te houden met doceren: elke vorm van dreiging verlevendigt hij met details over historische veldslagen.

Toms vrouw is omgekomen, maar tijd voor rouw is er niet. Zijn oudste zoon is een gewiekste vechtersbaas, terwijl zijn middelste zoon ontvoerd en ‘geharnast’ is door de aliens.

Net als veel andere overlevingsverhalen geeft Falling Skies gelijkelijk ruimte aan actie en geweld en aan sociaal drama. Het maakt de serie soms wat traag. En bij vlagen speelt het familiesentiment wel erg hoog op – als Tom zijn liefde voor zijn kinderen betuigt. Het idee is ook dat mensen in onder extreme omstandigheden hun ware aard tonen: tegenover bijzonder mededogen staat buitengewone wreedheid en egoïsme.

In de groep is er een permanente strijd om de macht. Dat levert sterke bijrollen op: de rigide commandant toont opmerkelijke voorliefdes; de gevaarlijke crimineel die door de groep wordt overmeesterd, ontpopt zich als geestige kok, en de vrouwelijke arts is niet per se één brok zachtmoedigheid.

De monsterliefhebber wordt ondertussen niet vergeten. De overlevenden strijden tegen zespotige, mansgrote hagedissen, die ‘skitters’ worden genoemd, en hun krachtpatserige hulpjes, vier meter hoge robots, ‘mechs’. Gaandeweg blijken deze griezels slechts de soldaten voor een veel intelligenter soort wezen, dat maar kort in beeld komt. Ook daaruit blijkt dat de makers weten hoe ze de nieuwsgierigheid van de kijker moeten voeden.