Jawel hoor! Een zwarte pit!

Dansen in het onweer, dat is wat stormchasers het liefste doen Ze reizen stormen achterna om er een foto van te maken nrc.next gaat op stap met een groep Nederlandse stormjagers

Malden-Heide, 19.10 uur.

Technisch detailhandelaar Tom Reubzaet trapt zijn grijze Crocs nog wat harder op het gaspedaal. Het is hem eindelijk gelukt om de „verdomde treuzelaar”, die 130 rijdt, achter zich te laten en zijn passagiers kijken weer wat minder verbeten. „We hebben een tijdsbestek van een half uur. Moet lukken”, zegt een van hen, terwijl hij op zijn mobiel de buienradar observeert. „De cel activeert nog steeds! Jongens, dit wordt fantastisch!”

De cel, dat is een hoge stapelwolk boven Duitsland, die op dit moment richting Noord-Limburg trekt. De mannen willen hem bij Venray „onderscheppen”. Wouter van Bernebeek, Robin Busscher en Tom Reubzaet zijn stormchasers. Ze jagen op onweer. Voor de kick. Met een clubje vrienden vormen ze het Stormchaseteam Onlineweather, vernoemd naar de weerwebsite die Tom beheert. Net als de vijf andere Nederlandse chaseteams hebben ze maar één doel: onweer filmen. De beelden publiceren ze online, uitzonderlijk materiaal sturen ze naar de weerrubrieken van RTL en NOS.

Hengelo, 16.00 uur.

Terug naar eerder deze dag, in Hengelo. „Eerste stop: McDonald’s”, kondigt Tom (36) aan terwijl hij zijn passagiers laat instappen in zijn blauwe Peugeot cabriolet. De fastfoodketen is de vaste uitvalsbasis voor de stormchasers. Vooral omdat er gratis wifi is. Via internet houden ze de factoren bij die van invloed zijn op een onweersbui: temperatuur, windschering, stabiliteit en nog zo’n vijftien meer. Zo bepalen de onweerjagers waar ze heen moeten, vaak nog voor er op de buienradar ook maar een wolkje te zien is.

Meestal weten ze zo’n drie dagen van tevoren al of er een ‘chase’ aan zit te komen, vertelt Wouter vanaf de bijrijdersstoel. „Dan begint de voorpret.” De 21-jarige Pabostudent werkt naast zijn opleiding als weerman bij verschillende websites. Van jongsaf aan is hij gefascineerd door extreem weer. Net als zijn beide collega’s. „Mijn moeder werd er gek van”, herinnert Robin (21) zich, een zelfstandig ondernemer in de mediabranche. „Bij iedere onweersbui rende ik met een fototoestel het weiland in.” Later verslond hij vakliteratuur over het weer en bleef hij tot diep in de nacht wakker voor Amerikaanse liveverslagen van tornado’s. Zijn schoolvrienden snapten er weinig van, maar op internet vond hij gelijkgezinden.

Malden, 18.45 uur.

Een kleine drie uur later zit het stormchaseteam dan eindelijk aan de hamburgers. Niet in Hengelo, maar zo’n 130 kilometer zuidelijk daarvan, in Malden bij Nijmegen. Wouter had kort na vertrek een bui gespot, dus moest de McDonald’s wachten. In Druten bij Arnhem werd vervolgens een half uur gewacht. Tevergeefs. „Risico van het vak”, mompelt Tom, kauwend op een BigMac.

Nederland is geen goed land voor stormjagers. Eigenlijk moet je daarvoor in Amerika zijn. Daar is niet alleen het weer veel extremer, maar valt met stormchasings zelfs geld te verdienen. Tom, Wouter en Robin geven aan hun hobby vooral geld uit. De verschillende camera’s kosten een klein fortuin. „En dan hebben we het nog niet over de benzinekosten”, zucht Tom. Die kunnen behoorlijk oplopen. De zoektocht naar een ‘supercel’ of de perfecte windhoos leidt vaak dwars door Nederland en niet zelden de grens over naar Duitsland of Frankrijk. Een chase van 200 kilometer is normaal, eentje van 900 kilometer „wel een beetje lang”.

In de McDonald’s plannen de mannen ondertussen hun volgende stappen. Geboeid turen ze op Toms tablet die tussen de frietjes op tafel ligt. „Jawel hoor! Een zwarte pit! Ik zéí toch dat we die cel boven Duitsland moeten hebben.” Na een korte discussie over actievering, convectietemperatuur en andere ‘situaties' staat het vast: we moeten vertrekken.

Nú.

Malden-Heide, 19.00 uur.

„Het is een grillige hobby”, zegt Robin als we even later over de snelweg richting Venray scheuren. Andere activiteiten en sociale verplichtingen komen geregeld in de schaduw te staan door een naderende donderwolk. Een stereotiepe stormjager bestaat volgens Robin niet, wel zijn het doorgaans mannen. „Het is toch meer iets stoers, hè?” Naarmate de stormchasers hun doel naderen, stijgt de stemming. Het KNMI heeft inmiddels code geel gegeven voor Noord-Limburg, een stormwaarschuwing voor de komende twee uur.

Heide, 19.30 uur.

Bij Venray verlaat Tom de snelweg en laat zich door de buienradar naar de optimale plek leiden. Dat blijkt een veldweggetje in Heide. „Positioneren, ingraven!”, beveelt Wouter. In een bonenveld worden vier camera’s op statieven gezet. Dan is het afwachten.

Onrustig dartelen de mannen van camera naar camera. Robin steekt nog een peukje op terwijl Tom kort in het maïsveld verdwijnt. Dan gebeurt waar de stormchasers op hadden gehoopt. „Een Shelf Cloud!” Robin wijst naar een wolkenfront dat onheilspellend op hem af rolt. Als een uitgerekte regenboog in verschillende tinten grijs hangt hij pal boven een kerkje in de verte.

Ondertussen wordt de lucht donkerder. Er trekt een flinke wind op. Het kerkje is inmiddels uit het zicht verdwenen, verscholen achter een hevige regenbui. Robin, Tom en Wouter stuiteren juichend over het bonenveld, al wijzend naar de zwarte, kolkende wolken boven hun hoofd. „Daar linksonder is flink wat rotatie, joh! Sodeju!” Terwijl het bliksemt geven de mannen elkaar afwisselend high fives, strekken ze de armen in de lucht en maken ze foto’s.

Het dreigende gevaar om op het open veld te worden geëlektrocuteerd, dwingt de stormchasers uiteindelijk de auto in. Daar bekijken ze voldaan onderuitgezakt de foto’s. Het blijkt onverwachts een „superchase” te zijn geweest, zegt Tom. Hij kan niet wachten om het beeldmateriaal online te zetten. „Wat zullen de anderen jaloers zijn.”