Hoe stem je 25 coaches tevreden?

Acht jonge modeontwerpers maakten een collectie terwijl ze werden gecoacht door een aantal modeprofessionals Modejournalist Milou van Rossum was een van de 25 Hoe ging het in zijn werk?

De collectie van het Moam collective werd zondag geshowd in Eye, Amsterdam. Foto’s Jeroen Snijders

redacteur mode

Een eerste, eigen collectie is behoorlijk eng voor een net afgestudeerde modeontwerper. Opeens moet je het in je eentje doen, zonder de steun van leraren.

Dus als je die stap van school naar praktijk groepsgewijs zou kunnen doen? En bovendien gedurende het proces gecoacht wordt door ervaren mensen als Mariette Hoitink (modebemiddelingsbureau HTNK) en stylist Frans Ankoné (Avenue, The New York Times), plus nog eens 25 andere modeprofessionals, die ieder twee of drie keer langskomen om hun commentaar te geven? En dat het campagnebeeld van de collectie wordt gefotografeerd door topmodefotografen Inez van Lamsweerde & Vinoodh Matadin, met – het wordt nog beter – Doutzen Kroes als model? Kan haast niet misgaan, zou je denken.

Gratis meewerken

Moam collective, heet het project waar de afgelopen maanden acht jonge modeontwerpers aan meededen. Het is een initiatief van de 25-jarige Martijn Nekoui, zelf pas een jaar geleden afgestudeerd aan Amfi (Amsterdam Fashion Institute). Hij deed dat met een tentoonstelling, Moam – van mode en Amsterdam – waarvoor hij jong Nederlands talent naast beroemde Nederlandse modenamen als Viktor & Rolf en Frans Molenaar zette. Sindsdien heeft hij nog twee tentoonstellingen samengesteld: nieuwe interpretaties van beroemde Nederlandse modefoto’s in &Foam, ‘filmstills’ die (mode)fotografen hadden gemaakt met bekende Nederlandse acteurs in filmmuseum Eye.

Nekoui is een ongelooflijke netwerker. Binnen een jaar heeft hij ervoor gezorgd dat heel mode-Nederland weet wie hij is. En als hij mensen niet direct kan benaderen, weet hij wel iemand die ze wel goed kent. Frans Ankoné is dik bevriend met Inez & Vinoodh, zoals ze tegenwoordig worden genoemd, en dus kon de geprinte wollen sjaal van Moam er even tussendoor tijdens een shoot die ze voor een andere partij deden met Doutzen Kroes. En ze waren niet de enigen die gratis meewerkten. Geen van de begeleiders werd betaald, Mariette Hoitink stelde ook nog werkruimte ter beschikking. Woolmark sponsorde de wollen stoffen, de Rabobank gaf 10.000 euro.

Als modejournalist was ik een van de 25 mensen die tijdens het proces langskwamen. De eerste keer was in een vroeg stadium: de prints waren gemaakt, de kleurkaart samengesteld, er waren schetsen van de ontwerpen, maar wat het zou worden, was nog niet echt duidelijk. Ik had een paar opmerkingen over het werk, maar ik vroeg me vooral af of er niet al te veel coaches waren ingeschakeld. Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen mening en smaak. Hoe kun je nou iets maken waar – om maar eens twee uitersten te noemen – zowel Mart Visser als Gert Jonkers, hoofdredacteur van het eigenzinnige mannenmodeblad Fantastic Man over te spreken zijn? En dan was er natuurlijk het probleem van het collectief zelf. In een overvolle modemarkt val je alleen maar op als je als ontwerper echt een eigen stem hebt. Hoe zorg je ervoor dat je met z’n achten verder komt dan het bijna onvermijdelijke compromis?

Bij mijn tweede bezoek was de kleurkaart uitgedund: grijs en bruin waren weg, geel, grasgroen, zwart en wit gebleven. Fraaie tinten, maar wel heel erg het modebeeld van zomer 2013. De eerste proefmodellen, gemaakt van witte katoen, waren klaar: broeken met wijde pijpen, jurken met sleep over een broek, jurken met een bolling op de rug, extra laag of juist dicht naar de hals toe geplaatste pofmouwen. Fraai, zij het een tikje braaf. Mode die balanceert op de grens van het lelijke is vaak het spannendst. Waar ging de collectie over, vroeg ik de ontwerpers. Over hun eigen ervaring met mode, vertelden ze me. De tegenstelling tussen de goedkope wegwerpmode waarmee ze zijn opgegroeid en de designermode, waar de echt mooie dingen worden gemaakt waar je veel langer plezier van hebt, maar die eigenlijk niet te betalen is voor jonge mensen.

Sympathiek idee

Eigenlijk zou de collectie in juli geshowd moeten worden tijdens Amsterdam Fashion Week. Die datum haalde het collectief niet. Het werd afgelopen zondag, op de houten trappen in de grote binnenruimte van Eye, Amsterdam.

Er kwamen knappe dingen voorbij: jassen met bijzondere mouwen van zijden gazar, een niet makkelijk te verwerken couturemateriaal. Een jurk van twee lagen stof, de buitenste laag doorschijnend. De eerder genoemde bollingen op de rug. Een mannenkledingstuk dat het midden hield tussen een jack en een extra lang overhemd. De rode draad en mix tussen straatmode en couture, was ook duidelijk. Ook de kleuren en dessins brachten de outfits bij elkaar.

Overtuigde de collectie als geheel? De meeste vrouwenoutfits waren nogal damesachtig, maar ook weer niet zo damesachtig dat het een uitspraak werd. De mannenontwerpen hadden minder last van keurigheid, maar waren vaak te weinig onderscheidend van wat al bestaat. En ook al hadden alle acht leden van het collectief een eigen taak gekregen – de een deed de prints, een ander de patronen, iemand de vrouwenontwerpen – er zaten stijlverschillen in de collectie.

Maar goed, het idee blijft sympathiek. En het was pas de eerste editie. En de deelnemende ontwerpers hebben vast leerzame maanden achter de rug. Het is te hopen dat ze nu zelfverzekerder de grote boze modewereld ingaan, en echt iets gaan zeggen.

De collectie is tot en met 30 september te bekijken bij Hutspot, Van Woustraat 4 in Amsterdam. Daar is ook de Moam-sjaal te koop (voor 90 euro). moamcollective.com