Het sterkste van de instabiele eurolanden

Hoe vertellen we het Europa? Al maanden rapporteren diplomaten van de Europese lidstaten hoe het altijd zo strenge Den Haag nu met zichzelf worstelt. De heilige 3-procentsnorm? Niet meer heilig. Volgende week presenteert de regering een begroting met een tekort dat hoger uitkomt. De groei? Valt tegen en blijft achter in Europa. En ook met het versoepelde begrotingsbeleid voor 2014 zal de overheid de economie niet (meteen) kunnen helpen. Te veel lastenverzwaringen en bezuinigingen.

Genoeg uit te leggen dus, vanuit Den Haag. Maar de meest prangende vraag van diplomaten ging vorige week in een bijpraatsessie met leden van het kabinet over de politieke onzekerheid. Hoe denkt het kabinet zijn plannen door de Eerste Kamer te krijgen? Als het niet lukt, wacht voor de zesde keer in twaalf jaar de stembus. Wéér vertraging in moeilijke hervormingen. Hoe regeerbaar en betrouwbaar is een Europese partner als politici er na een anderhalf, twee jaar, alweer in verkiezingsmodus schieten? Niet door de cijfers, maar door de politiek dreigt Nederland in het rechterrijtje van Europa te komen: straks is ‘de grootste van de kleine landen’ slechts de sterkste van de instabiele eurolanden.

Een stabiele regering vormen, die het vier jaar volhoudt, dat wilden de coalitieleiders Rutte en Samsom. Maar intussen is het gemeengoed dat VVD en PvdA het gevaar hebben onderschat van het ontbreken van een meerderheid in de Eerste Kamer. Er wordt gemopperd over CDA-leider Buma, die rond de formatie de indruk zou hebben gewekt dat zijn partij zich in de Eerste Kamer ‘bestuurlijk’ zou opstellen.

Ook werd gedacht dat het CDA, de partij van het middenveld, gevoeliger zou zijn voor sociaal akkoord, woonakkoord, onderwijsakkoord, energieakkoord: dat is immers sociaal draagvlak. Premier Rutte zong daar deze zomer de lof van. „Dat vraagt ook van de oppositie een andere houding”. VNO-NCW-voorzitter Wientjes maant de akkoorden niet op te offeren voor ‘politieke spelletjes’.

Het zijn allemaal boodschappen aan het CDA, de meest bestuurlijke der oppositiepartijen. Na het voorspel vorige week rond D66, dat in zijn eentje te klein is om het kabinet te helpen, gaat het nu om het echie. De eerste grote test speelt zich op dit moment af. In de Eerste Kamer is geen meerderheid voor een wet om werkenden minder geld belastingvrij opzij te laten zetten voor hun pensioen. Daar is een bezuiniging van 3 miljard euro mee gemoeid. Alleen het CDA of de SP zijn, afgezien van de PVV, groot genoeg om de regering in Eerste Kamer aan een meerderheid te helpen. Maar ze willen er iets voor terug. Wat?

SP-leider Roemer heeft Dijsselbloem, die steun kwam vragen voor bezuinigingen, de deur gewezen. In de pensioenkwestie speelt SP geen rol. Maar over ontslagrecht, flexwerk en een belastingplan met nivellering is te praten. Zonder het ‘eigen verhaal’ op te geven, kan de SP daar regierungsfähigkeitspunten verdienen. Het CDA heeft het omgekeerde probleem. Het moet nu niet bewijzen dat het een regeringspartij is, maar dat het een ‘eigen verhaal’ heeft. De senaat, waar het CDA volgens Buma deel uitmaakt van „de democratische meerderheid”, biedt het beste toneel.

Zo lang mogelijk uitspelen dus. We zullen nog veel verzet horen tegen lastenverzwaring en groei van de overheid. Intussen wordt er wel gepraat en is men „voorzichtig met het woord blokkeren”, zoals Buma zei. Hardere oppositie zou begrijpelijker zijn voor veel Europese waarnemers, maar wie weet wat de ‘politieke spelletjes’ nog opleveren.

René Moerland is chef van de politieke redactie in Den Haag.