Het CDA moet nu écht gaan kiezen

Vanavond beslist de senaat wanneer gestemd wordt over de pensioenplannen van het kabinet. Volgt het CDA politiek leider Buma? Dat is onzeker.

Elco Brinkman, fractievoorzitter voor het CDA in de Eerste Kamer, voorafgaand aan de wekelijkse plenaire vergadering. Foto Pierre Crom

Wat doet het CDA als het erop aankomt? Dat is de grote vraag in Den Haag nu de Eerste Kamer praat over de pensioenplannen van het kabinet.

Kiest de senaatsfractie er net als de partijgenoten in de Tweede Kamer voor om de bezuiniging van bijna 3 miljard rücksichtslos af te wijzen? Of voelen de Eerste Kamerleden er meer voor om met het kabinet tot een compromis te komen, omdat zij niet verantwoordelijk willen zijn voor de zesde verkiezingen in elf jaar én beschadiging van het sociaal akkoord.

Het is het dilemma dat het CDA tekent sinds het in de oppositie terechtkwam: constructief meedenken of hard oppositie voeren. Politiek leider Sybrand van Haersma Buma zegt liever nee dan ja. En is daar bijzonder ingenomen mee.

Ook de meeste leden van zijn Tweede Kamerfractie beleven zichtbaar plezier aan deze stijl van oppositievoeren; ongebonden aan wensen van VVD en PvdA, en aan eigen verantwoordelijkheden uit het verleden. Zelfs de akkoorden die het kabinet de afgelopen maanden heeft gesloten met het, lang door het CDA gekoesterde, ‘maatschappelijk middenveld’ worden kritisch bejegend.

Maar dat betekent niet dat iedereen binnen de partij het daar mee eens is. Alleen al het gerucht dat CDA-senatoren met het kabinet onderhandelen over de pensioenplannen, ontketende verhalen over een hulpeloos verdeelde partij. De CDA zou niet afstevenen op onmin met het kabinet, maar op een interne breuk: tussen de koers van Buma en de senaatsfractie, met een traditionele gouvernementele inslag, geleid door Elco Brinkman. De ex-minister, die 17 jaar vicevoorzitter van werkgeversclub VNO-NCW was, zou geneigd zijn de pensioenplannen uit het polderakkoord te steunen.

CDA’ers zeggen dat er geen licht zit tussen de twee fracties. De bezwaren tegen de pensioenplannen nu in de Eerste Kamer zijn dezelfde als voor de zomer in de Tweede Kamer. Als het kabinet aan hun wensen voldoet en de plannen „fundamenteel” bijstelt, valt met het CDA te praten.

Dat is het kabinet eerder slecht bekomen. In februari dacht minister Stef Blok (Wonen, VVD) Brinkman over de streep te hebben getrokken voor zijn plannen, maar zonder Buma ging een deal met het CDA niet door. Toen zaten ze dus niet helemaal op één lijn.

CDA-parlementariërs in beide Kamers worden bestookt door twee groepen uit de achterban. De ene helft roept hen op het het impopulaire kabinet zo moeilijk mogelijk te maken. De andere helft smeekt hen het land niet in politieke crisis te storten en dit kabinet overeind te houden. De Kamerleden kunnen het dus niet goed doen voor al hun eigen kiezers. In de peilingen worden ze nauwelijks beloond voor hun oppositionele koers.

Het CDA is goed in vertellen wat het niet wil. Geen lastenverzwaring, niet meer nivelleren en geen plannen die de werkgelegenheid schaden. Wat de partij dan wél wil, is vaak onduidelijk. Daarvoor verwijzen Kamerleden altijd naar hun verkiezingsprogramma van vorig jaar, maar de economische realiteit is intussen wel veranderd.

Volgende week komt het CDA voor het eerst met een alternatief: een ‘tegenbegroting’. Het is onwaarschijnlijk dat daarin het veto tegen lastenverzwaring te verenigen is met de Europese begrotingsdiscipline. Hoe valt dat binnen de partij die rentmeesterschap belangrijk vindt?

Electorale onzekerheid speelt het CDA parten. De partij is met 13 zetels in de Tweede (en 11 in de Eerste Kamer) historisch klein, maar wie zegt dat de bodem bereikt is? Zeker als het verantwoordelijk wordt gehouden voor de val van weer een kabinet.