Held van het alledaagse

Den Helder

Je kunt op veel verschillende manieren naar transformatorhuisjes kijken. Nuchter beschouwd zijn het niet meer dan omhulsels voor het transformeren van de spanning van elektriciteit die met tienduizend volt vanuit een regionaal onderstation binnenkomt en er met tweehonderddertig of vierhonderd volt via ondergrondse leidingen weer uitgaat, om een buurt of een industrieterrein te voorzien van stroom. Geluidloos doen ze hun werk, onmisbaar voor wat een gemiddeld huishouden of bedrijf nodig heeft. Steeds vaker op afstand bestuurd door distributieautomatisering, dat wil zeggen dat bij storingen snel duidelijk is waar die zich bevinden. De beschikbaarheid van elektriciteit, in Nederland nu 99,996 procent, neemt daardoor toe. Vorig jaar zat een huishouden gemiddeld 27 minuten zonder stroom, veelal na schade door graafwerkzaamheden en de daaropvolgende storing. In de meeste andere Europese landen is de stroomuitval per huishouden vaak meer dan twee keer zo hoog. De transformatorhuisjes worden tegenwoordig standaard geleverd, als zogenoemde compactstations.

Tot zover de feiten. Er zijn ook Nederlanders die de duizenden transformatorhuisjes met meer romantische blik beschouwen. Zoals de Bredase vrienden Frank de Haan en Frans Strous. Verslingerd aan respectievelijk het beschrijven en het frontaal fotograferen van de huisjes, hebben zij in drie jaar tijd een collectie van bijna honderddertig gedocumenteerde huisjes opgebouwd. De Haan: „We lopen voorbij aan dingen uit een andere wereld waar we geen weet van hebben. Dat geldt bij uitstek voor transformatorhuisjes. Er gaan monteurs naar binnen met een perspectief dat wij niet kennen. Dat is interessant.” De mysterieuze huisjes, voorzien van de waarschuwing ‘levensgevaar’, hebben ook op kinderen doorgaans een grote aantrekkingskracht. De Haan: „Wij voetbalden er vroeger altijd tegen.” Strous: „Je kon er ook goed tegenaan pissen.” Eén van de bekoorlijkheden is ook dat de huisjes in al hun eenvoud toch verscheiden zijn. Fotograaf Strous: „De moderne trafohuisjes zien er vrijwel allemaal hetzelfde uit. Het is prefab. Toch zijn er nog steeds regionale verschillen. Bovendien zitten er oude monumentale gebouwtjes tussen. Prachtig om te zien. Het mooiste vind ik om al reizend door het land een interessante te ontdekken.” De Haan: „Soms loop je ergens en je denkt: zo meteen moet ik hier ergens een huisje tegenkomen. Dat is dan vaak ook zo.” De transformatorhuisjes zijn volgens het duo „helden van het alledaagse”, dat wil zeggen: „Niemand staat er eigenlijk bij stil, vrijwel iedereen loopt er achteloos aan voorbij. Ze maken technisch veel mogelijk maar vallen zelden op.”

Fotograaf Strous zegt te hebben geworsteld met de vraag hoe hij de architectonische heroïek van de huisjes in het landschap treffend tot uitdrukking kon laten komen. „Tot ik ineens bedacht dat ik ze allemaal frontaal moest fotograferen.” De vrienden zitten om exemplaren niet verlegen. Vrijwel iedereen die van hun milde gekte op de hoogte is, levert ongevraagd locaties van huisjes aan. Strous: „Het is aanstekelijk.”