Gefascineerd door de impuls waarmee elk geluid begint

Dick Raaijmakers (1930-2013)

Pionier van elektronische muziek bracht genres samen

Componist Dick Raaijmakers Foto Vincent Mentzel

„Mijn muziek ‘klinkt’ niet, heeft geen lichaam. Je hoort processen en die processen lukken of mislukken.” Zo karakteriseerde componist Dick Raaijmakers zijn werk in een interview met Elmer Schönberger uit 1980. Veel is er dan ook niet van zijn oeuvre over: Raaijmakers’ talloze installaties en muziektheatrale werken hieven zichzelf in hun uitvoering vaak op. Van de performance Chairman Mao is our guide (1970) wiste hij zelfs heel dramatisch de geluidsband.

Dick Raaijmakers was componist, muziektheatermaker en beeldend kunstenaar, maar zal vooral herinnerd worden als degene die in 1957 het allereerste popnummer ter wereld met puur elektronische middelen maakte. Na een pianostudie aan het conservatorium en een paar jaar aan de lopende band was hij assistent geworden op de akoestische afdeling van het Natlab, het Natuurkundig Laboratorium van Philips in Eindhoven. Daar vervaardigde hij Song of the second moon, dat werd uitgebracht onder het pseudoniem Kid Baltan (een omkering van Natlab Dick). De impact was groot, niet in de laatste plaats in het buitenland. In 1965 werd Raaijmakers benaderd door Stanley Kubrick om muziek te maken voor diens nieuwe film, 2001: A Space Odyssey. Raaijmakers had geen interesse.

Raaijmakers’ pionierswerk in de Philips-studio is tien jaar geleden voorbeeldig ontsloten in de 4-cd-box Popular Electronics, bezorgd door Kees Tazelaar. Vanaf 1966 tot zijn pensioen doceerde Raaijmakers aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij was een van de oprichters van onderzoeksstudio STEIM en stond aan de wieg van het fameuze Instituut voor Sonologie. In 2007 verscheen een monografie over zijn werk bij V2, Instituut voor instabiele media.

De aanzet, de allereerste impuls, datgene waarmee ieder geluid begint, was Raaijmakers’ grote fascinatie. Zelf verdeelde hij zijn oeuvre daarbij in twee categorieën: de minuscule, haast vlakke muziek, die als een uurwerk in elkaar is gezet; en de werken waarin geweld doorbreekt. Zijn vijf Canons uit de jaren zestig behoren tot de eerste categorie. In de VPRO-documentaire Het kleinste geluid (1988, te zien op YouTube) maakt Raaijmakers op charmante, heldere en toch onnavolgbare wijze duidelijk hoe spannend en rijk dit amper waarneembare gekraak en geknisper is.

Een voorbeeld van de tweede categorie is Intona (1991). Hierin wilde Raaijmakers het geluid van een van zijn belangrijkste instrumenten, de microfoon, laten horen, door het zeer gevoelige membraan ervan te vernietigen. Het resultaat is een staalkaart van manieren om een microfoon te vernielen, die behalve hilarisch door oprechtheid ook aangrijpend wordt. Het eenmalige en onomkeerbare karakter van het werk (integraal op YouTube) was cruciaal voor Raaijmakers.

Muziektheaterregisseur Paul Koek, die jarenlang nauw met hem samenwerkte, bracht vorig jaar een ode aan Raaijmakers met de voorstelling Replica, die op ironische wijze juist géén herhaling was van Intona. Koek zei bij die gelegenheid over Raaijmakers: „In kleine kring wordt hij enorm gewaardeerd, dat laat ook zijn prijzenkast zien.” Maar: „Hoe dragen wij in Nederland dat soort grote geesten? Niet goed.” Raaijmakers overleed op 4 september, kort na zijn 83ste verjaardag, in een tehuis in Den Haag.