Deurwaarders voelen zich onvoldoende beschermd

Ministerie van Justitie wil niet langer standaard een politieman meesturen bij ontruimingen

Gerechtsdeurwaarders voelen zich onvoldoende beschermd door politie en het Openbaar Ministerie. Dat zegt John Wisseborn, deurwaarder in Harderwijk en voorzitter van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders vandaag in deze krant.

De ongeveer 950 gerechtsdeurwaarders in Nederland voeren het vonnis uit dat civiele rechters aan wanbetalers opleggen, zoals een beslaglegging op het salaris of een ontruiming van de woning. Ruim 90 procent van de gerechtsdeurwaarders wordt jaarlijks slachtoffer van geweld en agressie, blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ze zijn daarmee één van de meest belaagde beroepgroepen.

Het aanpakken van geweld tegen werknemers met een publieke taak is prioriteit, zeggen kabinet, het OM en de politie, maar Wisseborn merkt er in de praktijk „bitter weinig van”. „Komt er een belaagde deurwaarder bij de politie, dan is vaak de reactie: ‘tsja, dat hoort een beetje bij uw werk’.”

De politie gaat volgens Wisseborn ook onzorgvuldig om met aangiftes en doet onvoldoende om zaken „rond te krijgen”. Zo werd onlangs een deurwaarder uit Arnhem telefonisch bedreigd door een schuldenaar. Ze nam het gesprek op en het OM achtte de bedreiging bewezen. Maar, zei het OM, was het wel de schuldenaar die het dreigtelefoontje pleegde? De zaak werd geseponeerd.

Wisseborn verwijt het OM „een zekere mate van hypocrisie”: in de media hard roepen dat je plegers van geweld tegen publieke functionarissen wil aanpakken, en het vervolgens nalaten als het erom spant.

Gerechtsdeurwaarders maken zich ook zorgen om hun veiligheid bij woningontruimingen. In een wetsvoorstel dat het ministerie van Veiligheid en Justitie binnenkort naar de Tweede Kamer stuurt, staat dat bij woningontruimingen niet langer een politieagent mee hoeft. Een gemeenteambtenaar volstaat. Riskant, zegt Wisseborn. „We boren sloten open, betreden iemands huis tegen zijn wil. Als we daarvan met z’n allen zeggen: het is geen politietaak om daarbij aanwezig te zijn, wat is dan in hemelsnaam wél een politietaak?”