Dan test ik het zelf wel

Films en games worden getest door de consument, romans nooit. Een misverstand, vindt Niels ’t Hooft. Hij staat open voor ideeën om zijn roman te verbeteren.

Illustratie Martien ter Veen

Het gaat slecht met de roman. Het aantal lezers, de tijd die er aan wordt besteed, de verkoop: alles daalt. Zelf lees ik ook minder dan vroeger, en geef ik alle concurrerende mediavormen de schuld: waarom zou ik met moeite een boek doorworstelen als goede films, tv-series en games me in kortere tijd net zo goed kunnen vermaken en verheffen?

Dat ik zelf romans schrijf staat hier gek genoeg los van. Het bedenken, werken aan en voltooien van zo’n groot project is gewoon verschrikkelijk leuk. Bovendien is het praktisch haalbaar. Ik kan mezelf twee jaar op zolder opsluiten en met een voltooid manuscript weer naar buiten komen; zie zo maar eens een film te maken. En ondanks de neergaande tendens is er altijd wel een handvol lezers te vinden die zich aan mijn boek wil wagen. Ik kan mijn idee, en alle subideetjes, dus nog steeds overdragen van mijn brein naar dat van u.

Toch wrong er iets tijdens het werken aan mijn laatste roman De verdwijners (near-future, einde-der-tijden, vier verknipte hoofdpersonages, louche zaken, stiekem ook grappig). Ik vroeg me af of ik wel genoeg deed om te voorkomen dat lezers zouden afhaken. Natuurlijk: er is een klein leger meelezers, redacteuren en correctoren op mijn tekst losgelaten. Maar dat zijn professionals, met vrij specifieke ideeën over de literatuur, die niet per se aansluiten bij de man in de straat. Waarom laat ik mijn boek eigenlijk niet lezen door gewone mensen, om te kijken hoe zij erop reageren?

Ik ging op onderzoek uit. In de onafhankelijke filmwereld bleken informele testscreenings heel gebruikelijk te zijn. Filmmakers nodigen dan tien tot twintig mensen uit die een rough cut te zien krijgen, een formulier mogen invullen en in discussie gaan. Vaak hebben de makers concrete vragen: is scène X noodzakelijk? Is de motivatie van personage Y duidelijk? Ze nemen de feedback niet letterlijk over, maar zoeken naar patronen en kijken wat ze kunnen gebruiken om de essentie van hun film beter over te brengen.

In de game-industrie gaat men nog verder. Door de aard van de software kunnen makers al in een heel vroeg stadium een rudimentair prototype laten spelen. Dat blijkt heel leerzaam te zijn. In plaats van uit te gaan van veronderstellingen, kunnen ze meteen testen of iets werkt. Soms blijken onverwachte elementen vermakelijk te zijn, en krijgt een spel een heel nieuwe richting. In een later stadium wordt uitvoerig getest waar mensen blijven hangen in een level, welke puzzel te ingewikkeld is, welk uitlegvenster ontoereikend is.

Er zijn meer voorbeelden. Nieuwe voedingsmiddelen worden onderworpen aan smaaktests. Tv wordt uitvoerig getest. De krant houdt regelmatig lezersonderzoeken om te kijken welke rubrieken (niet) worden gewaardeerd. Maar in de boekenwereld? Daar gebeurt weinig. Nou ja, in de VS zijn ze iets verder, doordat Amazon bijvoorbeeld leesstatistieken bijhoudt via de Kindle e-reader. En ik vond voorbeelden van leesclubs die boeken proeflezen om te helpen een doelgroep te bepalen; niet zo interessant als je het mij vraagt. Mijn eigen uitgever wist me te vertellen dat de website wel eens is onderzocht op effectiviteit. Maar het kernproduct waar haar firma handel mee drijft? Nog nooit.

Op dit punt vraagt u zich misschien af wat mij de lezer überhaupt kan schelen. Ik ben toch een auteur? Ik moet mezelf toch compromisloos uiten? Kúnst maken? Worden testscreenings niet vooral gebruikt door studiobazen om druk uit te oefenen op filmmakers? Zorgt de smaak van de grote gemene deler niet voor domme films met happy endings? Wordt playtesting in games niet geassocieerd met afgevlakte spelervaringen? Moet je niet juist ver van dit soort ellende blijven?

De truc is natuurlijk om de touwtjes in handen te houden. De feedback niet als kritiek te zien, maar als informatie over hoe anderen jouw boek ervaren. Beseffen dat je tekst niet in een vacuüm bestaat, en pas betekenis krijgt als hij wordt blootgesteld aan een ontvanger. Opmerkingen niet letterlijk overnemen, maar kijken wat je van pas komt. Luisteren naar lezers betekent ook niet per se dat je een tekst aangenamer wilt maken: misschien gebruik ik de feedback juist wel om mijn roman op precies de juiste punten nog schurender te maken.

Ik besloot: als mijn uitgeverij mijn boek niet test, dan doe ik het zelf wel. Maar hoe? Tijdens mijn onderzoek kwam ik terecht bij een bureau dat de bruikbaarheid van software test. Daar zag ik technieken als eye tracking, waarmee je zou kunnen onderzoeken waar mensen op de bladzijde kijken tijdens het lezen. Waar stijgt of daalt het leestempo? Waar dwaalt men af? Zo zou je ook biometrische factoren kunnen onderzoeken, zoals hartslag en zweet. Een hele onderneming, want een grote groep participanten zou mijn boek urenlang in een lab-omgeving moeten lezen. Interessant, maar nu niet haalbaar.

Mijn aanpak is als volgt: ik verspreid een Google Drive-vragenlijst, in te vullen door iedereen die mijn boek heeft uitgelezen. Om dit iets makkelijker te maken, heb ik mijn uitgeverij bereid gevonden De verdwijners gratis te verstrekken aan geïnteresseerden (zie kader). Voor de vragen heb ik met name gekeken naar onafhankelijke filmmakers, waardoor ze vrij praktisch van aard zijn. Het is nadrukkelijk een eerste poging: misschien haal ik de input die ik zoek er nog niet uit, maar leerzaam wordt het zeker.

Omdat het boek al in de winkel ligt, en dus in theorie al af is, ligt het voor de hand om de resultaten vooral te gebruiken voor een volgend boek. Interessanter is de mogelijkheid om De verdwijners open te breken, aan te vullen en te tweaken. Ook hierin is de boekenwereld primitief. Waar gamemakers regelmatig met updates komen, soms zelfs in realtime waardes aanpassen, en het voor filmmakers niet ongebruikelijk is om een director’s cut of extended edition uit te brengen, daar komen aanpassingen aan romans (op marginale correcties na) zelden voor. Terwijl dat bij een herdruk natuurlijk best zou kunnen. Voor het e-book is het sowieso mogelijk. Misschien blijkt dan wel dat een af boek helemaal niet bestaat. Of juist dat er na een revisie of vijf ontegenzeggelijk een Great Dutch Novel is ontstaan.

In het beste geval schuilt er in mijn onderzoeksresultaten een antwoord voor de boekindustrie. Wat als er een testtraject gestandaardiseerd kan worden, waar auteurs hun voordeel mee kunnen doen? Wat als romans daardoor voortaan, ik doe een conservatieve schatting, 5 procent beter slagen over te brengen wat ze willen overbrengen? Wat als er in het vervolg significant minder lezers afhaken en romans weer een betere reputatie krijgen? De roman zou het verdienen.