Asscher voert geen campagne, hij wil práten over Roemenen

Minister Asscher wil minder arbeidsmigranten. Dat is om xenofobie te voorkomen, legt hij Bulgaren en Roemenen uit.

Waarom wordt in Nederland campagne gevoerd tegen de Roemenen? De Roemeense televisieverslaggeefster die dat gistermiddag vroeg aan minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) keek streng. Naast haar stond de Roemeense minister van Arbeid, Mariana Campeanu. Ze glimlachte: goeie vraag. In Roemenië was het hard aangekomen dat Asscher de mogelijke komst van werkzoekenden uit Bulgarije en Roemenië vorige maand had vergeleken met een dreigende dijkdoorbraak.

Vanaf 1 januari 2014 hebben Roemenen en Bulgaren geen werkvergunning meer nodig in Nederland. In Den Haag organiseerde Asschers ministerie gisteren een topbijeenkomst over arbeidsmigratie om met alle betrokkenen – burgemeesters, uitzendbureaus, vakbonden, hulporganisaties, Europese ambtenaren en ook Roemeense en Bulgaarse ministers – oplossingen te bedenken voor problemen die kunnen ontstaan.

„Ik ben mij van geen campagne bewust”, zei Asscher op de Roemeense televisie. Zijn harde opiniestuk had in Europa aandacht getrokken en volgens Brusselse bronnen was dat ook de bedoeling. Nu was het tijd voor verzoening en samenwerking en daarom had hij zijn collega’s uit Bulgarije en Roemenië uitgenodigd. „We laten ons niet meer uit elkaar spelen met typeringen als xenofobie.”

Nederland, zei Asscher ook, wil niets veranderen aan het vrije verkeer van werknemers. De regering wil vooral de arbeidsmigranten beschermen tegen uitbuiting. Over zijn andere zorg ging het nauwelijks: de weerstand die er bij Nederlanders zou zijn tegen Oost-Europeanen omdat ze oneerlijke concurrentie veroorzaken.

PVV-leider Geert Wilders had ’s ochtends bij de Roemeense ambassade gedemonstreerd tegen het openstellen van de arbeidsmarkt. Op de top werd zijn naam alleen in de wandelgangen genoemd, een beetje lacherig. Maar daar was ook het besef dat hij invloed had. Asscher kondigde een onderzoek aan naar verdringing op de arbeidsmarkt door de komst van Oost-Europeanen om met ‘munitie’ in Brussel aan te dringen op aanpassing van regels. Nederland zal ook in Bulgarije en Roemenië voorlichting gaan geven: de regering wil laagopgeleiden ontmoedigen om te komen en hoogopgeleiden en technici aantrekken.

Dat is precies wat Roemenië en Bulgarije níet willen. De ministers uit die landen zeiden dat ze hun vakmensen zelf nodig hebben. Ze waren wel blij dat ze gisteren mochten meepraten. „Want het gaat steeds over problemen die geen problemen zijn”, zei de Bulgaarse Rositsa Yankova, onderminister van Arbeid. „Bulgaren gaan liever naar de zuidelijke landen in Europa. Die cultuur past veel meer bij onze eigen mentaliteit.”