Apen? Honden! Die lijken pas op mensen

Brian Hare onderzoekt de overeenkomsten tussen mensen, apen en honden Het idee was altijd in de wetenschap: de hond is niet heel interessant Maar de hond kan dingen die de aap niet kan

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

Redacteur wetenschap

Hoe slim honden zijn? Evolutionair antropoloog Brian Hare begint te lachen. Voorbeelden genoeg, zegt hij. „Onze hond Tassie heeft een mand vol pluizige speeltjes en ballen. Hij doet niks liever dan die knuffels verscheuren. We hebben ook twee kleine kinderen, Malou en Luke. Zij hebben net zo’n mand. Tassie is dol op de speeltjes van de kinderen, maar laat die toch met rust. Op de een of andere manier heeft hij een concept van welke speeltjes van hem zijn en welke niet. Verwachtte ik dat onze hond dit gedrag zou vertonen? Nee. Doen alle honden dit? Nee. Maar het is een prima voorbeeld van de verrassende cognitie van honden.”

Brian Hare zoekt naar dat ene kenmerk dat ons mensen uniek maakt. Waarin verschillen wij van andere dieren? Is er wel een verschil? Om daar achter te komen moet je de mens vergelijken met andere soorten. Hare bestudeert daarom gedrag en cognitie van kinderen, apen, én honden. Dat laatste is niet vanzelfsprekend. De hond, Canis lupus familiaris, werd lange tijd niet serieus genomen door de wetenschap. Wat kon zo’n gedomesticeerde soort nou vertellen over de mens? Maar dat idee is helemaal omgeslagen, vertelt Hare aan de telefoon vanuit zijn woonplaats Chapel Hill in de Amerikaanse staat North Carolina.

Het hondenonderzoek is de laatste tien jaar geëxplodeerd. „Honden zijn lang gezien als machines, die beloond en gestraft moeten worden om gedrag aan te leren. Wat we de afgelopen tien jaar hebben ontdekt, heeft sommigen dus geschokt.” Over die ontdekkingen heeft Hare, samen met zijn vrouw Vanessa Woods, een boek geschreven. Vorige week verscheen de Nederlandse vertaling: De wijsheid van honden.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen?

„Dat honden in sommige opzichten meer op ons lijken dan onze genetisch meest naaste verwanten, chimpansees en bonobo’s. Honden begrijpen het bijvoorbeeld als je ergens naar wijst. Ze kunnen onze gebaren interpreteren. Dat is nogal wat. Chimpansees en bonobo’s kunnen daar niks mee. Verder leren honden via deductie. Als een hond een speeltje heeft dat ‘beer’ heet en je introduceert een nieuw speeltje en zegt dan ‘haal paard’, dan leidt hij daaruit af dat het nieuwe speeltje ‘paard’ heet. De enige andere diersoort die dat kan is de mens. Een andere ontdekking die ons heeft verbaasd, is dat honden het gezelschap van mensen prefereren boven dat van andere honden. Onze band is enorm hecht, en dat gaat ver terug.

„Onze band is geëvolueerd omdat we er allebei voordeel van hadden. En als je er wat langer over nadenkt is zo’n hechte band ook niet heel vreemd. De natuur zit er vol van. ”

Weet u door het hondenonderzoek nu wat de mens uniek maakt?

„Ooit dachten we dat het cultuur was. Dat werd ontkracht. Daarna keken we naar empathie. Dat was het ook niet. Inmiddels denken we dat het vooral onze intensieve manier van samenwerken is. Wij mensen herkennen het als anderen eenzelfde doel hebben, en passen ons gedrag aan dat van de ander aan om dat doel te bereiken. Daar zijn we heel, heel goed in.”

Samenwerken? Veel mensen zullen zeggen dat de mens juist egoïstisch en agressief is.

„Dat heeft te maken met een verkeerde opvatting van het begrip survival of the fittest. Veel mensen denken dat met de fitste wordt bedoeld: de grootste, of de sterkste. Maar het betekent: overleven en je voortplanten. Er zijn eindeloos veel voorbeelden waar de aardige, samenwerkende man de voorkeur krijgt boven de grote of agressieve.

„Ik ben gaandeweg gaan denken dat honden, bonobo’s en mensen eenzelfde soort evolutionaire ontwikkeling hebben doorgemaakt. Een selectie op aardigheid. Wolven zijn extreem mensenschuw, en agressief. Maar toen de mens zich in nederzettingen ging vestigen, en landbouw begon te ontwikkelen, kwam er een interessante niche bij. Aan de randen van de dorpen stapelde zich het afval op. Er was enorm veel voordeel te halen voor de individuele wolven die toenadering durfden te zoeken. Wolven hebben zich dus eerst zelf gedomesticeerd, voordat mensen ze – als hond – zijn gaan gebruiken bij de jacht en de bescherming tegen vreemden.

„De hondenschedel is zo’n 15 procent kleiner dan die van wolven. De kaken zijn minder geprononceerd. Honden hebben slappe oortjes, blijven speels. Diezelfde verschillen zie je als je chimpansees vergelijkt met de minder gestresste bonobo’s. Bij mensen zie je hetzelfde.”

Waarom hebben u en uw vrouw dit boek geschreven?

„Ik wist dat ik ooit een keer een boek zou schrijven over alles wat we inmiddels over honden weten, maar eigenlijk wilde ik het nu nog niet schrijven. Mijn vrouw heeft me overgehaald. Vanessa zei: ‘Waarom voeg je aan je boek geen hoofdstuk over bonobo’s toe’. Ik was meteen verkocht.”

Waarom was dat zo belangrijk?

„Ik ben voor mijn onderzoek in veel landen geweest. Rusland, Oeganda, Duitsland. Maar mijn hart ligt in Congo. Vanwege de bonobo’s. Hun voortbestaan wordt bedreigd. Er gebeuren enge dingen tussen enkele Centraal-Afrikaanse landen en China. En dan bedoel ik de handel in levende apen. Alleen omdat rijke mensen een apart huisdier willen.

„Ik hoop met het boek de liefde voor honden ietsje verder naar andere soorten uit te spreiden. Naar bonobo’s bijvoorbeeld. Veel mensen noemen zich dierenliefhebber, maar waar ze eigenlijk van houden zijn honden. Of katten. Als je vertelt dat je een hondenonderzoeker bent, heb je de aandacht van een miljoen mensen. Als je zegt, ik bestudeer bonobo’s, hoor je: ‘Mmmm. Ja, ja, wat dat ook mag zijn.’

„Voor mijn hondenonderzoek krijg ik makkelijk miljoenen dollar bij elkaar. Van het ministerie voor Defensie, van hondenvoerbedrijven. Bij apenonderzoek moet ik het doen met enkele tienduizenden dollar.”

U had als kind al een hond, Oreo.

„We waren onafscheidelijk. Ik speelde de hele dag met hem. Ik gooide ballen weg, Oreo haalde ze. Iedereen zei vroeger tegen me dat ik dierenarts zou worden. Maar daar voelde ik helemaal niks voor. Ik zei: ik wil liever begrijpen wat er in het hoofd van mijn hond omgaat. Ik kon me toen al erg verbazen over Oreo. Hij volgde me overal waar ik ging. Als ik bij een vriendje ging logeren, en ik kwam de volgende dag buiten, lag Oreo daar te wachten. Dan ga je je toch afvragen hoe dat in het hoofd van een hond werkt.”