Aanvalsplan Obama op de lange baan

Het lukte Obama gisteren niet steun te winnen voor een militaire interventie in Syrië. John Kerry doorkruiste zijn strategie.

Het plan van president Barack Obama voor een militaire interventie in Syrië gaat langzaam kopje onder. Obama probeert dezer dagen op maar liefst drie fronten tegelijk steun te winnen voor militair ingrijpen in Syrië: in het Congres, in de internationale gemeenschap en bij de Amerikaanse bevolking. Het resultaat is dat niets lukt. De Senaat stelde vannacht een stemming over Syrië uit, omdat ook onder de senatoren de steun onvoldoende lijkt. De Amerikaanse bevolking blijft in overgrote meerderheid tegen.

Tegen die chaotische achtergrond kan het onverwachte voorstel van minister van Buitenlandse Zaken John Kerry een extra complicerende factor zijn, of juist een uitweg voor Obama uit de lastige situatie waarin hij zich heeft gemanoeuvreerd. Of Kerry zijn voorstel nu alleen ‘retorisch’ bedoelde, zoals een van zijn woordvoerders eerst zei, of als een werkelijk serieuze optie, doet er niet veel meer toe. Het is internationaal aangegrepen als kans om escalatie van de Syrische burgeroorlog door Amerikaanse inmenging te voorkomen.

In een van de zes televisie-interviews die hij gisteren gaf opende Obama voorzichtig de deur naar een diplomatieke oplossing. „Er is tijd voor de internationale gemeenschap, de Russen en de Syriërs, om met ons samen te werken en te zoeken naar een oplossing.” Opmerkelijk was Obama’s motivatie hiervoor. Die tijd voor samenwerking is er, omdat „ik er niet vanuit ga dat hier deze week of in de nabije toekomst stemmingen komen”.

Obama verwees naar de afkalvende steun in het Congres voor militair ingrijpen. De Senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken was al akkoord met Obama’s plan, maar steeds meer senatoren weigeren steun te verlenen. De Democratische fractieleider in de Senaat, Harry Reid, haalde gisteren een stemming over Syrië, die woensdag gepland stond, van de agenda. Een resolutie heeft zestig van de honderd stemmen nodig, en die krijgt hij ondanks een Democratische meerderheid nu niet. Reids officiële verklaring was dat Obama meer tijd nodig heeft om beter met alle Congresleden én met de Amerikaanse bevolking te praten.

Een militaire aanval op Syrië, als die er al komt, is dus op de lange baan geschoven. Geen steun van het Congres, de bevolking of de wereld – het ziet er slecht uit voor Obama. Op dezelfde persconferentie waar Kerry de wereld verraste met zijn voorstel, vergrootte hij de verwarring ook nog door te zeggen dat een eventuele Amerikaanse aanval „ongelooflijk klein” zou zijn.

Wat Obama nu rest, is tijd. De komende dagen zal de president zijn best doen het Congres alsnog over te halen met een interventie in te stemmen. Tegelijk zal hij internationaal de wil uitspreken om een diplomatieke oplossing te vinden. De president nodigde gisteravond een groep senatoren bij hem thuis uit voor informele gesprekken. Maar hij gaf in zijn interview met NBC gisteren toe: „Ik kan niet zeggen dat ik er alle vertrouwen in heb.”

Vannacht om drie uur Nederlandse tijd spreekt Obama vanuit het Witte Huis de natie toe, om, na het mislukken van zijn interviewoffensief, alsnog de boodschap aan de bevolking over te brengen. De Syrië-crisis krijgt dankzij John Kerry een nieuwe dynamiek. De Amerikaanse regering oogt nog chaotischer dan ze al was. Maar Obama heeft in ieder geval tijd gewonnen, en grijpt die kans nu aan.