Worstelen knokt zich terug op het programma van Olympische Spelen

Worstelen blijft olympisch. De klassieke vechtsport werd in februari weggestemd, maar heeft „enorme passie en strijdvaardigheid getoond”.

Worstelen, terug van niet echt weggeweest, staat bij de Olympische Spelen van 2020 in het dit weekend verkozen Tokio nog ‘gewoon’ op het programma. Zeven maanden nadat voorgesteld werd de klassieke vechtsport uit het programma te schrappen, stemden de IOC-leden gisteren in Buenos Aires voor het handhaven van worstelen als olympische discipline ten faveure van softbal/honkbal en squash. Worstelen is al sinds de oudheid vertegenwoordigd op de Spelen. Alleen in 1900 ontbrak de sport op de moderne Spelen.

Worstelen is toegevoegd als ‘extra’ sport, naast de 25 ‘kernsporten’ van de Spelen. „Het worstelen heeft de afgelopen een enorme passie en stijdvaardigheid getoond”, zei scheidend IOC-voorzitter Jacques Rogge. „De sport heeft stappen ondernomen om zich te moderniseren en te verbeteren.” Een van de redenen om worstelen te schrappen was omdat vrouwen en sporters in het uitvoerend comité ontbraken. Dat is nu gewijzigd.

Worstelen heeft ook regelwijzigingen doorgevoerd om agressieve vechtstijlen te bevorderen en belonen. De invloed van grote worstellanden als de VS en Rusland heeft eveneens een rol gespeeld bij het behoud van de sport op het olympisch programma.

Het IOC wil het aanbod van sporten op de Spelen actueel en aantrekkelijk houden, en kijkt elke keer welke sporten behouden moeten blijven. Na 2008 verloren honk- en softbal de olympische status. Golf en rugby zijn nieuw vanaf 2016. Karate, squash, inline skaten, klimmen, wakeboarden en de Chinese gevechtskunst wushu hadden in 2020 willen debuteren.

De moderne vijfkamp, taekwondo en hockey overleefden in februari een ‘negatieve screening’ door het IOC. „Hockey voldoet niet aan alle eisen die het IOC stelt. Een veeg teken; de positie van hockey is niet ijzersterk”, zei Rogge in juni in deze krant.