Waar rekent u op met commissaris Wiegel?

Hans Wiegel doet een gooi naar de Ruud Lubbers-trofee. De voormalige CDA-minister, premier en familieondernemer Lubbers moest zich in 1999 verdedigen wegens zijn rol als commissaris bij uitzendbureau Content. Daar werd een gevalletje beurshandel met voorkennis vermoed. Een strafbaar feit. Wat wist Lubbers over de gang van zaken in de top? Helaas, hij had geen specifieke kennis van het gewraakte feit, zei hij. En misschien was dat ook niet zo raar, want hij had naar eigen zeggen bij Content de rol van „commissaris op afstand”. Een functie die het Burgerlijk Wetboek niet kent.

Het is het deerniswekkende lot van commissarissen en vergelijkbare toezichthouders in en buiten het bedrijfsleven. Wanneer het goed gaat, hoor je hen niet over hun zware en verantwoordelijke taak, over hun tekortschietende informatie, over hun soms getroebleerde omgang met eigenwijze bestuurders en zeker niet over het zweet in hun handen als zij als commissaris of toezichthouder een grote overname of reorganisatie moeten beoordelen.

Maar als het fout gaat...Dan staan zij met de mond vol tanden. Of zij zeggen, zoals de toezichthouders en bestuurders van het failliet gegane zorgconcern Meavita, dat „terugkijkend sommige van de keuzes, en de daaruit voortvloeiende maatregelen, anders hebben uitgepakt dan verwacht”. De raad van toezicht werd geleid door Loek Hermans, voormalig VVD-minister. Alle politici over één kam scheren geeft geen pas, maar politici worden overschat als commissaris en toezichthouder. Fractiediscipline en coalitiebelangen ontmoedigen eigen verantwoordelijkheid. Bovendien: de meesten hebben alleen gedegen kennis van politiek.

Maar Hans Wiegel is in elk geval eerlijk. Hij verklaarde vorige week tijdens een voorlopig getuigenverhoor onder ede dat hij „niet de specifieke kennis” in huis had om controle uit te oefenen op de gang van zaken binnen de beleggingsfondsen van vastgoedbeheerder Bouwhuis. Hij was voorzitter van de Stichting Obligatiehouders Bouwhuis en kreeg daarvoor 50.000 euro.

Boze beleggers die vrezen dat zij hun geld (grotendeels) kwijt zijn, zien Wiegel als een falende toezichthouder. Zij beroepen zich onder meer op een promotiefilm van Bouwhuis waarin Wiegel zegt dat zij inderdaad kunnen rekenen op het beloofde rendement van 9 procent. Een beetje flauw, maar toch: zo goed was Wiegels financiële (reken)kennis kennelijk weer wel.

Schrale troost voor de Bouwhuis-beleggers: zij lijden misschien in eenzaamheid, maar zij lijden niet alleen. De hele vastgoedsector is een tranendal van stroppen en verliezen.

Wiegels ontboezeming roept, met terugwerkende kracht, vragen op over zijn eerdere functies in het hart van de samenleving, zoals die van voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland. De financiering van de zorgsector is heel wat complexer dan vastgoed. Was zijn financiële kennis toen wel adequaat? Of was hij de politiek bedreven netwerker en sprak hij teksten uit die anderen hem influisterden?

Ter eigen verdediging wees Wiegel op het feit dat professionele deskundigen, zoals taxateurs en accountants, hun handtekening onder documenten hadden gezet. Wie was hij om hun controles over te doen? Die verdedigingslinie ontkent eigen verantwoordelijkheid en zelfkennis. Wie kennis tekortkomt, heeft altijd de keus: neem het commissariaat niet.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in dezecolumn over economische ontwikkelingen.