Spelen geven Japan weer hoop

Na twee decennia van grote tegenslagen heeft Japan weer een toekomst om naar uit te kijken. Het land wil met de Spelen van 2020 een rol op het wereldtoneel veroveren.

De Japanse premier Shinzo Abe (derde van rechts) vierde zaterdag de uitverkiezing van Tokio als speelstad voor de Olympische Spelen in 2020. Foto AFP

Het was spannend. Gedurende de laatste weken wierpen de problemen met de kerncentrale in Fukushima een donkere schaduw over de kansen van Tokio als speelstad voor de Olympische Spelen van 2020. Maar afgelopen weekend maakte het IOC-bekend dat de Japanse hoofdstad de voorkeur kreeg boven Istanbul en Madrid.

Onmiddellijk na de bekendmaking barstte de emotie los in Japan. Commentatoren huilden openlijk op televisie en een enorm gejuich klonk uit de kelen van de vele duizenden die de hele nacht – in Japan was het even na vijf uur ’s ochtends – in grote zalen hadden doorgebracht. Kort daarna verscheen er zowaar een regenboog boven de Japanse hoofdstad.

Tokio vergaarde in de laatste stemronde 60 stemmen tegenover slechts 36 voor Istanbul – Madrid was al na de eerste stemronde afgevallen. Een grotere overwinning dan het Japanse comité had durven dromen. Maar het plan maakte dan ook de meeste solide indruk. Het bedrag voor de geraamde kosten – zo’n 2,3 miljard euro – staat al op de bank. In het plan wordt optimaal gebruik gemaakt van de bestaande, fantastische infrastructuur van de Japanse hoofdstad. En de Zomerspelen worden heel compact.

Tokio is weliswaar de grootste stad ter wereld, met een stedelijk gebied van 37 miljoen inwoners, maar de meeste olympische locaties bevinden zich op loop- of fietsafstand van elkaar. Meer dan 85 procent van de olympische evenementen zullen binnen een straal van acht kilometer van het olympisch dorp plaatsvinden. „Sporters zullen geen energie verspillen”, belooft het Japanse comité.

Uiteraard zijn er plannen voor nieuwbouw, maar ruim 40 procent van de 37 accommodaties is er al. Veel van de (goed onderhouden) gebouwen van de Spelen in Tokio van 1964 maken ook deel uit van het plan voor de Spelen van 2020. De locatie van deze oude gebouwen is uitstekend: sinds 1964 heeft de buurt zich ontwikkeld tot een levendige wijk met onder meer de beroemde modestraat Omotesando.

Het oude Olympisch Stadion komt op dezelfde plek als in 1964 en wordt opnieuw gebouwd, volgens een futuristisch ontwerp – het stadion ziet eruit als een ruimteschip – van de Iraaks-Britse architect Zaha Hadid, winnaar van de Pritzker Architecture Prize. De nieuwbouw komt vooral in de baai van Tokio, waar ook het olympisch dorp wordt gebouwd. De sporters hebben hier een prachtig uitzicht op een landschap van water en futuristische hoogbouw.

Ondanks het relatief lage budget, ongeveer de helft van ‘Londen 2012’, wordt verwacht dat de Spelen 150.000 nieuwe banen zullen creëren en de economie een impuls geven van meer dan 30 miljard euro.

Belangrijker dan de economische perspectieven is de symbolische betekenis die de Spelen hebben voor Japan. Het land zit al twintig jaar in een economische malaise en kreeg een reeks van rampen te verduren. In 1995 verwoestte een aardbeving de havenstad Kobe. Datzelfde jaar vond de gifgasaanval plaats in de ondergrondse van Tokio.

Eind jaren negentig gingen vele Japanse banken over de kop, en vervolgens streefde de afgelopen jaren de Chinese economie de Japanse voorbij. In 2011 volgden de aardbeving, tsunami en de crisis bij de kerncentrale in Fukushima. Bovendien krimpt de bevolking sinds vier jaar en is de enorme vergrijzing een groot probleem.

Door al die tegenslagen verloor Japan niet alleen zijn rol op het wereldtoneel, ook zijn zelfvertrouwen. Deze Spelen geven Japan weer hoop.

De gewonnen verkiezing toont Japanners dat dromen toch waar kunnen worden. Dat het zin heeft hard te knokken. Deze Spelen geven Japan weer een toekomst om naar uit te kijken.