Over Breivik gaan we het niet meer hebben

Twee jaar na ‘22-7’ lijkt Noorwegen weer normaal Sterker nog, na de verkiezingen van vandaag gaat de partij waar Breivik lid van was misschien meeregeren

verslaggever

Eén ding valt meteen op aan Vegard Grøslie Wennesland, als hij plaatsneemt op een terras bij het monumentale gebouw van de Noorse Arbeiderpartiet in het centrum van Oslo. Hij draagt een paars armbandje met daarop in grote letters: ‘Utøya’. De 29-jarige overleefde de massamoord op jonge sociaal-democraten door Anders Behring Breivik, op het eiland Utøya op 22 juli 2011. „Ik doe het bandje pas af als ik het gevoel heb dat het het juiste moment is”, zegt Wennesland, een zachtaardige jongen met donkerblond haar en een stoppelbaardje.

Wennesland vluchtte tijdens de schietpartij met een paar anderen naar een houten hut en school daar onder een bed, terwijl Breivik 69 Arbeiderspartij-jongeren doodschoot. „Ik ben een paar keer teruggegaan naar het eiland”, zegt Wennesland, die liever niet over de traumatische gebeurtenis praat. „Psychologische hulp heeft me erg goedgedaan”.

Liever bespreekt Wennesland zijn toekomst: hij hoopt vandaag te worden gekozen als volksvertegenwoordiger voor de Arbeiderspartij, bij de eerste nationale verkiezingen na ‘22 juli’. „Iemand wilde mij vermoorden wegens mijn politieke overtuiging”, zegt Wennesland. „Nóg sterker vecht ik nu voor waar ik in geloof.”

In totaal hebben 33 leden van de zogeheten ‘Utøya-generatie’ zich kandidaat gesteld. Ze vertolken geen apart geluid, benadrukt Wennesland. Net als de oudere leden van de partij van premier Jens Stoltenberg praten ze over zaken als onderwijs en zorg, en over het gevaar van privatisering daarvan. En niet over Breivik. „Ik wil niet dat juli 2011 iets verandert”, zegt Wennesland vastbesloten.

Onderwijs en zorg zijn de thema’s die de campagne domineren, zo blijkt ook bij een stembureau in de multiculturele wijk Grønland, waar kiezers in de rij staan om vroegtijdig te stemmen. Mohammed, werkzaam bij Ikea, stemt op de Arbeiderspartij, omdat zijn kinderen nu „gratis zorg krijgen”. Telecom-ingenieur Jarand Fjeld kiest de Conservatieven – hij vindt dat het onderwijs beter moet en dat het tijd is voor „verandering”. Het is goed dat ‘Breivik’ geen politiek thema is, zegt Thorstein Finn, een aanhanger van een kleine christelijke partij. „We moeten ons niet laten verdelen.”

Iets meer dan twee jaar na de terreur lijkt het of de normaliteit terug is in het land dat – tot 2011– in het buitenland vooral bekend stond om zijn olierijkdom en zijn genereuze verzorgingsstaat. De gebouwen in het regeringscentrum van Oslo, destijds getroffen door Breiviks autobom, staan nog altijd leeg. Maar in de campagne voeren politici weer typisch Noorse discussies als: mag de regering extra geld uit het staatsoliefonds besteden aan wegen?

Volgens de peilingen verliest Stoltenberg, die een linkse coalitie aanvoert met twee kleine partijen. Rechts krijgt de meerderheid – volgens commentatoren vooral omdat de Noren na acht jaar Stoltenberg „nieuwe gezichten” willen.

De nagenoeg complete afwezigheid van ‘22-7’ in de campagne is des te opvallender gezien de sleutelrol van de Vooruitgangspartij, een rechts-populistische anti-immigratiepartij waar Breivik tussen 1999 en 2004 lid van was en waar hij tevergeefs probeerde carrière te maken.

De kans is groot dat de partij voor het eerst in de geschiedenis zal toetreden tot een regering geleid door de Conservatieven. Bij eerdere rechtse (minderheids-) kabinetten was de Vooruitgangspartij gedoogpartij, nu is ze gebrand op regeren, ook al staat de partij in de peilingen op verlies. Nu is de Vooruitgangspartij nog de tweede partij van Noorwegen, volgens de peilingen wordt ze de derde, na de Conservatieven en de Arbeiderspartij.

Links past ervoor om de Vooruitgangspartij in de campagne in verband te brengen met Breivik. De Vooruitgangspartij, ooit opgericht tegen de hoge belastingen, voerde bij de verkiezingen van 2009 fel campagne voor een strenger migratiebeleid, maar zette daarna een gematigder koers in en trok allochtone kandidaten aan. Na de aanslagen van Breivik distantieerde de leider, Siv Jensen, zich onmiddellijk van het voormalige partijlid.

Belastingverlaging, onderwijs, zorg en wegen zijn nu de grote campagnethema’s. Migratie komt daarna: de Vooruitgangspartij wil uitgeprocedeerde asielzoekers opsluiten en gezinshereniging tegengaan.

Hoe verdween de schok van Utøya zo snel naar de achtergrond in het debat?

Volgens Hege Ulstein, commentator van de krant Dagavisen, heeft het strafproces tegen de nu 34-jarige Breivik louterend gewerkt. De overweldigende media-aandacht voor de rechtszittingen, gevolgd door Breiviks veroordeling tot 21 jaar (verlengbare) celstraf, hebben Noorwegen in staat gesteld „het trauma grondig te verwerken”, zegt Ulstein. Na een intensief debat over Breiviks toerekeningsvatbaarheid vonniste de rechter in augustus vorig jaar dat de dader wel degelijk wist wat hij deed. Hij kreeg de maximale straf.

In die maand verscheen ook een vernietigend rapport van een onderzoekscommissie over het falen van de autoriteiten rond de aanslagen: Breivik kon zomaar zijn bomauto parkeren bij Stoltenbergs kantoor en de politie arriveerde pas na anderhalf uur op Utøya.

„Er volgde een emotioneel debat of Stoltenberg moest aftreden”, zegt Ulstein. „Hij was politiek verantwoordelijk, maar hij was ook zelf doelwit geweest. Dus dit lag heel gevoelig.” Het was niettemin een tweede belangrijke stap in het verwerkingsproces: hoewel vrijwel niemand aftrad, bekende iedereen schuld.

De toch al sterke hang naar consensus in Noorwegen, een egalitair land met vijf miljoen inwoners, is sterker geworden. „Behalve een aanval op de Arbeiderspartij was dit een aanval op Noorwegen”, zegt Ulstein. „Er was een heel sterk gevoel van eendracht. Nog steeds wil niemand het risico lopen de harmonie te breken.”

Politisering van het onderwerp Breivik geldt dan ook als not done. Even vlogen de Conservatieven uit de bocht toen ze begin vorige maand Stoltenbergs leiderschapskwaliteiten in twijfel trokken, verwijzend naar het vernietigende onderzoeksrapport. Burgers reageerden geprikkeld, en al gauw moesten de Conservatieven aan damage control doen.

Volgens Aage Borchgrevink, auteur van een Breivik-biografie, heeft Breivik paradoxaal genoeg ook het immigratiedebat verzacht. De Noren identificeren zich nu niet alleen méér met elkaar, maar ook met de multiculturele samenleving. „Tijdens het proces zag je voortdurend de gezichten in de krant van de jonge slachtoffers. Mensen met een diverse achtergrond: Afrikaans, Koerdisch, Polynesisch zelfs. Ze golden bijna als martelaren. Het was een portret van het hedendaagse Noorwegen.”

Inmiddels is Noorwegen „moe van het praten over Breivik”, zegt Borchgrevink. Maar buiten de politiek zetten enkelen de discussie over migratie, cultuur en identiteit voort. Vlak na de Breivik-terreur zei premier Stoltenberg dat „meer democratie en meer openheid” het enige antwoord kon zijn. De stichting Fritt Ord (Vrijheid van Meningsuiting), nam dit devies letterlijk: zij gaf onlangs een beurs van 9.000 euro aan de anti-islam-blogger Peder Are Nøstvold Jensen alias ‘Fjordman’ – door Breivik uitgebreid geciteerd. Van het geld mag Fjordman een boek schrijven waarin hij betoogt dat Breivik zijn ideeën heeft misbruikt.

Fritt Ord, breed gerespecteerd en onafhankelijk, kreeg de nodige kritiek uit de Arbeiderspartij-hoek, maar er was ook lof: nu kunnen Fjordmans duistere geschriften uit de verborgen sfeer worden gehaald en worden blootgesteld aan kritiek.

Een ander type provocateur is de conservatieve publicist Jon Hustad, die wordt gerekend tot de intellectuelen van ‘Facebook-rechts’ of ‘nieuw rechts’. Eerder dit jaar viel hij in de krant Aftenposten Noorwegens Cultuurminister van Pakistaanse afkomst Hadia Tajik hard aan. Tajik had gezegd dat er niet zoiets bestaat als ‘de Noorse cultuur’.

„Natuurlijk kun je de Noorse cultuur wel definiëren”, zegt Hustad in een café in Oslo. „Die betekent: weinig corruptie, een hoog niveau van vertrouwen en identificatie van Noren onderling. En de immigratie zet dit onder druk.” Het artikel leidde tot een recordaantal reacties op de sociale media – en een enkele vergelijking met Breivik, volgens Hustad „uit uiterst linkse hoek”. „Ach, daar kan ik best tegen”, zegt hij. „Ik heb mijn cijfers paraat, ik ben beleefd tegen mensen en mijn schoenen zijn netjes gepoetst.”