Opwarmen in ploegleiderswagen – en weer door

Barre weersomstandigheden domineerden de rit van zaterdag naar Andorra. Nog maar drie Nederlanders doen mee

En dan te bedenken dat hij streed voor de ritoverwinning. De Spaanse renner Luis León Sánchez, rijdend in dienst van de Nederlandse Belkin-ploeg, was zaterdag in de Ronde van Spanje mee met een kopgroepje op weg naar de finish in Andorra. Zijn ploegleider Merijn Zeeman zag hem de etappe al winnen, zoals hij ook al vier keer deed in de Ronde van Frankrijk.

Het liep anders. De hele dag regende het al en op de Pyreneeën-toppen was het maar vier graden, waar de rest van de Vuelta vooral erg warm was. In plaats van de etappe te winnen, moest Sánchez opgeven. „Hij donderde zo van zijn fiets”, aldus Zeeman.

En de Spanjaard was de enige niet. Ook onder anderen de Italiaan Ivan Basso van Cannondale en de Nederlanders Michel Kreder (Garmin), Ramon Sinkeldam (Argos-Shimano), Wout Poels en Lieuwe Westra (beiden Vacansoleil) moesten opgeven. Westra twitterde na afloop dat hij zelfs met twee regenjassen aan onderkoeld was geraakt op de eerste klim van de dag, de Port de Envalira, die met zijn hoogte van 2.408 meter het dak van de Vuelta vormde. De Spanjaard Juanma Gárate van Belkin was tijdens de koers al in de ploegleiderswagen gestapt, maar kon – nadat hij zich tien minuten had gelaafd aan de stoelverwarming – toch weer verder rijden.

De etappe van zaterdag werd gewonnen door Basso’s ploeg- en landgenoot Daniele Ratto, de enige coureur uit de kopgroep die de barre omstandigheden wist te overleven. In de laatste afdaling zette hij vanwege de gladde weg voortdurend zijn voet aan de grond. Ook gisteren werd de etappe gewonnen door een vroege vluchter, de Fransman Alexandre Geniez van Française des Jeux.

In het algemeen klassement gaat de strijd tussen usual suspect Vicenzo Nibali van Astana, die de Vuelta drie jaar geleden al eens won, en ‘opa’ Chris Horner van RadioShack. De Vuelta is nog niet beslist; Nibali gaat na dit weekend aan de leiding met 50 seconden voorsprong op Horner. De twee coureurs geven elkaar bergop weinig toe. Aanstaande zaterdag, in de voorlaatste etappe, moeten de renners met elkaar wedijveren op de gevreesde Angliru, een berg met stijgingspercentages tot 23,6 procent.

De Nederlanders doen allang niet meer mee voor het klassement. De grootste troef, Belkin-renner Bauke Mollema, maakte eerder in de Vuelta al duidelijk dat hij ‘de benen niet had’ om met de besten mee te rijden. Ook in de afgelopen dagen verloor hij weer veel tijd – naar eigen zeggen bewust, om in de komende week nog voldoende energie te hebben om voor een etappezege te gaan. Van de elf Nederlanders die twee weken geleden aan de Vuelta begonnen, zijn behalve Mollema alleen Johnny Hoogerland (Vacansoleil) en Argos-renner Tom Stamsnijder nog in koers.

Dat biedt niet veel hoop voor het wereldkampioenschap op de weg, dat over drie weken wordt verreden in Toscane. Mollema moet daar een van de kopmannen zijn, maar kan hij na zijn zesde plaats in de Tour en nu weer een drieweekse ronde nog één keer alles geven? Een andere troef is Hoogerland, die dit seizoen weliswaar niet veel in the picture heeft gereden, maar die in juni wel op een lastig parcours Nederlands kampioen werd.

Eén voordeel: in Florence zullen de weersomstandigheden lang niet zo de huivering wekken als afgelopen weekend.