Onze senaat moet als de House of Lords worden

De Eerste Kamer dient in het politieke bestel meer invloed te krijgen, vinden Wim Voermans en Erik Jurgens.

Pas op, de senaat zal het kabinet een poepie laten ruiken, hoor je in kringen van de oppositie. Dit soort spierballentaal hoort bij de politiek. Maar wat is echt de rol van de Eerste Kamer? Wil een wetsvoorstel dat is aangenomen door de Tweede Kamer wet worden, dan eist de Grondwet instemming van Eerste Kamer. Maar Grondwetstekst is één, politieke traditie is een tweede.

In dat kader komt de Eerste Kamer een bescheiden rol toe. De hoofdrollen zitten bij de Tweede Kamer en het kabinet. Zeker, elk jaar worden wel een paar wetsvoorstellen door de senaat verworpen. Ook zegt de regering in de senaat soms toe om wetten op een bepaalde manier uit te voeren; dit om de steun van de senaat te krijgen. Maar dat de senaat een wezenlijk wetsvoorstel, zoals een begrotingshoofdstuk, verwerpt, is in geen honderd jaar voorgekomen.

Het is een verstandige traditie dat de Eerste Kamer zich, gezien mandaat en positie, bescheiden opstelt. Dan ga je geen begrotingen verwerpen, zeker niet als je weet dat de regering dan zal aftreden. Zo bezien kan de Eerste Kamer met zijn vetorecht weinig doen. Dat is het gevolg van een fout in ons constitutionele bestel. Dat is niet aangepast aan de veranderde positie van de Eerste Kamer de afgelopen eeuw. De kern van de fout zit in die bevoegdheid van de senaat om wetsvoorstellen alleen aan te nemen of te verwerpen. Het voorstel veranderen – amenderen – mag niet.

Verwerpen is echter een te zwaar middel. De senaat zou een lichter middel moeten krijgen. Veel beter zou zijn wanneer de Eerste Kamer, net zoals de House of Lords in Engeland, een wetsvoorstel alleen kan terugzenden naar de Tweede Kamer voor heroverweging. De Britse Tweede Kamer kan het dan terugsturen – al of niet met wijzigingen – naar de Lords. Die mogen het nog eenmaal terugzenden, maar dan neemt de House of Commons de eindbeslissing.

Dat is een vruchtbaardere rol voor de senaat. Hij kan kijken naar de kwaliteit, deze afkeuren, maar als het politieke orgaan met het zwaarste gewicht – de Tweede Kamer – volhoudt, dan heeft deze het laatste woord. In het Britse systeem hebben de Lords, door de kwaliteit van hun inbreng, werkelijke invloed. Bij ons dus niet, omdat het enige middel dat de senaat heeft te zwaar is.

Toegepast op het probleem van het moment, namelijk dat de regering geen meerderheid heeft in de senaat, moeten we bedenken wat er gebeurt als de senaat bokkig blijft doen tegen de regering. Zo maar een begrotingshoofdstuk verwerpen kan de senaat eigenlijk niet. Want de senaat is niet van voldoende belang om een zwaarwegend besluit van kabinet en Tweede Kamer blijvend onderuit te halen. Wat kan en realistisch is, is dat de regering na een nederlaag in de senaat overeind blijft en met gewijzigde voorstellen terugkomt in de Tweede Kamer; voorstellen die rekening houden met de argumenten van de oppositie in de Eerste Kamer. Wat trouwens ook mogelijk is, is dat de regering nauwelijks wijzigingen aanbrengt in het oorspronkelijke voorstel. Als de Tweede Kamer die nieuwe voorstellen aanneemt, en ze komen dan weer bij de senaat, zal deze ze redelijkerwijs niet opnieuw kunnen verwerpen. Zo is dan het terugzendrecht langs een omweg ingevoerd. Een route die ons constitutionele recht alleszins toestaat, en die tevens een broodnodige correctie aanbrengt in de scheve verhoudingen tussen de Kamers.

Als we dan in volgende jaren de Grondwet wijzigen, want dat heeft wel de voorkeur, en dat Britse systeem ook formeel invoeren, dan hebben we het probleem opgelost: de Eerste Kamer blijft een zwak maar invloedrijk politiek orgaan. Die invloed wordt op een zinnige manier toegepast, namelijk door de terugzending van wetsvoorstellen naar de Tweede Kamer met kritisch commentaar.

Maar de senaat verliest zijn te zware recht om te verwerpen. Dat is niet alleen mooi, dat is ook noodzakelijk.