Na bijna twee decennia van rust wordt Japanse economie wakker

De Japanse economie groeit harder dan verwacht.

Maar de Japanner merkt nog weinig van het herstel.

De economie weer aan het groeien krijgen, dat was de belofte waarmee de eerder mislukte Japanse premier Shinzo Abe eind vorig jaar werd gekozen. Nu, vijf maanden na de lancering van zijn grote stimuleringsagenda, zijn er voorzichtige tekenen dat het lukt.

Vandaag werd bekend dat de economie in het tweede kwartaal met 0,9 procent is gegroeid ten opzichte van het kwartaal ervoor. Op jaarbasis bedroeg de groei 3,8 procent, veel beter dan de 2,6 procent waar voorlopige cijfers een paar weken geleden nog op wezen. De groei komt vooral door de hogere investeringen van overheid en bedrijfsleven, niet van extra uitgaven door consumenten, het uiteindelijke doel.

Abes „drie pijlen”-plan moet een einde maken aan bijna twee decennia van deflatie en groei van rond de nul procent. De eerste pijl staat voor een enorme monetaire verruiming: een verdubbeling van de geldhoeveelheid in twee jaar, met als doel de inflatie naar 2 procent te krijgen. De tweede pijl behelst een pakket overheidsinvesteringen ter waarde van ongeveer 80 miljard euro en de derde pijl betreft economische hervormingen die nog van de grond moeten komen.

De gewone Japanner merkt nog weinig positiefs van de resultaten. De beoogde inflatie is al wel ingezet (0,7 procent in juli), maar de lonen stijgen nog niet mee, wat dus leidt tot koopkrachtverlies. Daar komt bij dat de premier ook een forse btw-verhoging in zijn plannen had opgenomen.

Japan heeft de hoogste staatsschuld van alle geïndustrialiseerde landen (220 procent van het bruto binnenlands product in 2012) en tegelijk het laagste btw-tarief, met Canada samen. Vorige maand bereikte de schuld de nieuwe mijlpaal van - omgerekend in de huidige koers van de yen - 7.680 miljard euro. Japanners betalen 5 procent btw, tegenover een gemiddelde van 18,7 procent in de 34 westers georiënteerde OESO-landen. Abe is van plan het tarief te verhogen naar 8 procent in april volgend jaar en 10 procent in oktober 2015. Begin volgende maand wil hij besluiten of de economie sterk genoeg is om die schokken op te vangen.

De laatste keer dat Japan de btw verhoogde was in 1997, en dat bracht weinig goeds. Ook toen was er sprake van economisch herstel, na de crisis van begin jaren negentig. De stap van 3 naar 5 procent leidde ertoe dat consumenten in het daarop volgende kwartaal 13 procent minder uitgaven. Daarna volgde een recessie, die anderhalf jaar duurde en de staatsschuld juist deed groeien.

Economen zijn het oneens over de mate waarin 1997 met de huidige situatie vergeleken kan worden. Vaststaat dat ook Abe riskeert het prille herstel te nekken. De groeicijfers zijn goed, maar niet zo goed als velen hadden gehoopt, gezien de rigoureuze maatregelen.

Sommige economen en ondernemers adviseren hem daarom om het rustiger aan te doen: bijvoorbeeld met een stapsgewijze verhoging van 1 procent per jaar. Maar op die manier is de kans klein dat Abe zijn begrotingsdoelen haalt. Hij wil het structurele begrotingstekort van ruim 6 procent vorig jaar gehalveerd hebben in 2015. In 2020 moet er een overschot zijn.

De regering heeft vorige maand advies ingewonnen van een speciale raad van zestig deskundigen, die een week over het onderwerp vergaderd hebben. Hun belangrijkste conclusie was dat de verhoging moet doorgaan, maar dat er stimuleringsmaatregelen tegenover moeten staan. Zo stelde Akio Toyoda, topman van Toyota, voor om de wegenbelasting te verlagen.

Uit recente peilingen blijkt dat een meerderheid van de Japanners de noodzaak van een btw-verhoging inziet, maar ook dat een ruime meerderheid voorstander is van kleinere stappen. Abe neemt zijn besluit waarschijnlijk kort na 1 oktober, als ook de nieuwste cijfers over het ondernemersvertrouwen bekend zijn.