Moest Dag Hammarskjöld dood?

In de nacht van 17 op 18 september 1961 stortte in Afrika het vliegtuig neer van de Zweedse Dag Hammarskjöld, secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Ongeluk of moord? De vraag is nooit bevredigend beantwoord. Een commissie van juristen maakt vandaag bekend of het onderzoek heropend moet worden..

De Amerikaanse president John F. Kennedy maakt op 18 september 1961 bekend dat een vliegtuig is neergestort met aan boord Dag Hammarskjöld, secretaris-generaal van de VN. Foto Hollandse Hoogte

Het nieuws van zijn dood trok 62 jaar geleden als een schokgolf over de wereld. Het hoofd van de Verenigde Naties was verongelukt. Dag Hammarskjöld. Een man die net zo gehaat werd als vereerd.

Op weg naar vredesbesprekingen was zijn toestel neergestort op Brits koloniaal grondgebied, vlakbij het vliegveld van Ndola, in het tegenwoordige Zambia. Van de Albertina, zo heette de Zweedse DC-6, werden alleen verkoolde brokstukken gevonden. Er was één overlevende. De andere vijftien waren dood.

Een jammerlijk ongeluk, zeiden de VN en echoden regeringsleiders. Maar was het wel een ongeluk? Er bestonden van meet af aan twijfels. Er waren te veel ongerijmdheden die niet verklaard konden worden.

Getuigen zagen lichtflits

Hoe zat het met de ontploffing van het vliegtuig voordat het de grond had geraakt, waarover de enige overlevende had verklaard? Wat betekenden al die getuigenverklaringen van plaatselijke bewoners over lichtflitsen die ze die nacht hadden gezien en een tweede, kleiner vliegtuig dat het Zweedse toestel aanviel? Hoe was het mogelijk dat het wrak pas 15 uur na het ongeluk werd gevonden, terwijl het nog geen 13 kilometer van het vliegveld lag? En hoe bestond het dat plaatselijke bewoners kort na het ongeluk al wel twee Landrovers op weg naar het wrak hadden gezien. Tegen de tijd dat die wagens terugkwamen, brandde het wrak pas goed.

Het was een van de ijzigste perioden in de Koude Oorlog. Een ideale voedingsbodem voor complottheorieën. Begin 1961 was de eerste premier van Congo, Patrice Lumumba, vermoord, naar later bleek met steun van België en de VS.

Het was ook de tijd van de Afrikaanse dekolonisatie. Congo had zich net bevrijd van België. Nog geen maand later begonnen rebellen in de mineraalrijke provincie Katanga een afscheidingsoorlog, met hulp van buitenlandse huurlingen en gesteund door Belgische regering en Belgische mijnbedrijven. Hammerskjold had de kant van Congo gekozen, tot ergernis van België, de VS en Groot-Brittannië. Alle grootmachten had hij al wel ooit tegen zich in het harnas gejaagd. Moest de dwarsligger dood? Een VN-onderzoek kwam begin 1962 tot de slotsom dat de oorzaak van het ongeluk niet vast te stellen was.

Neergeschoten?

Maar de vraag vond nooit rust. Steeds dook er nieuw bewijsmateriaal op, zoals in 1998 door onderzoek van de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie. Een schat aan nieuwe feiten verzamelde de Britse wetenschapper Susan Williams in haar boek Who Killed Hammarskjöld, dat in 2011 groot opzien baarde in Groot-Brittannië. Er zijn sterke aanwijzingen, zei Williams, dat het vliegtuig van Hammarsköld is neergeschoten door huurlingen, die werkten voor de afscheidingsbeweging in Katanga. Britse koloniale bestuurders zouden de aanslag in de doofpot hebben gestopt.

Gerommel met foto's

Een onderzoek van het Britse dagblad The Guardian wees in dezelfde richting en riep nieuwe vragen op. Waarom hadden autoriteiten zo weinig moeite gedaan om de enige overlevende van het ongeluk in leven te houden? Hoe was het mogelijk dat de diplomatenkoffer van Hammarskjöld geen spoor van brand vertoonde? En waarom was er gerommeld met de foto’s van Hammarskjölds lijk?

De onthullingen van Susan Williams en The Guardian leidden vorig jaar tot instelling van een internationale commissie van gerenommeerde juristen. Die moest beoordelen of er genoeg reden was om het VN-onderzoek van 1962 te heropenen. Een VN-resolutie uit datzelfde jaar biedt nadrukkelijk die mogelijkheid. De commissie bestond uit vier onbezoldigde vrijwilligers: de Britse oud-rechter Sir Stephen Sedley, de Zweedse oud-ambassadeur Hans Corell, de Zuidafrikaanse oud-rechter Richard Gladstone en de Nederlandse oud-rechter Wilhelmina Thomassen.

De waarheid nog niet boven water

De onderste steen boven krijgen. De historische waarheid achterhalen. Dat was het doel van de commissie. Ze toetste niet alleen het bewijsmateriaal dat zich de laatste zestig jaar had opgestapeld. Ze ging ook zelf op jacht. Ze hoorde tientallen getuigen. Ze doorzocht archieven, zoals in België en Zweden. Sommige archieven bleven gesloten, zoals van de CIA.

Ze schakelde ook onbezoldigde deskundigen in, onder wie een patholoog-anatoom en een luchtvaartexpert. Zes studenten van de Universiteit Leiden, onder leiding van hoogleraar Burgerlijk Recht, prof.mr. A.G. Casterman, analyseerden alle getuigenverklaringen die bij eerdere onderzoeken in 1961 en 1962 waren afgelegd: in totaal zo’n 200. De onderzoekers van het eerste uur hebben niet diep genoeg gespit. Ze hadden een vooropgezet idee van de uitkomst. Getuigenissen die op sabotage of een aanslag wezen, werden weggewuifd of in diskrediet gebracht. Zeker als ze afkomstig waren van Afrikanen. Cruciale vragen werden nooit gesteld. Veel getuigen zijn nooit gehoord.

De waarheid is nog steeds niet boven water. Wordt het onderzoek van de Verenigde Naties naar het ongeluk heropend? De VN zijn aan zet.

Op de website www.Hammarskjöldcommission.org is het rapport van de commissie vanaf 13.00 uur te lezen.