‘Luisteraar denkt dat hij slimmer wordt’

Fans mochten zaterdag voor een keer komen kijken bij hun favoriete, vijftigjarige radiostation.

. Na het vertrouwde riedeltje Bach, introduceert Alain Finkielkraut zijn gasten. Het is zaterdagochtend, negen uur, en een van de best beluisterde programma’s van France Culture staat op het punt te beginnen. Ouderwets zorgvuldig formulerend kondigt de huisfilosoof van de Franse publieke omroep zijn gasten aan. Een andere filosoof en een journaliste van Le Monde zullen deze vroege ochtend een uur discussiëren over de staat van het Franse onderwijs. Ze mogen zo lang praten als ze willen: nieuws, muziek of reclame is er niet. „Vous écoutez France Culture.”

Maar de gewoonlijke kalmte van de radiostudio wordt deze zaterdag geregeld doorbroken door rinkelende telefoons, krakende radio’s van beveiligers en vallende stapels boeken. Wegens het vijftigjarig bestaan zendt France Culture een weekend lang uit vanuit het Palais de Tokyo, het kunstencentrum in het zestiende arrondissement van Parijs. Voor één keer mogen luisteraars radio kijken. Ze applaudisseren als Finkielkraut het programma afsluit. „Een unieke kans om je favoriete radioprogramma in het echt te zien”, kirt een oudere heer met een toneelkijkertje in de hand.

De man, die zich voorstelde als Monsieur Furiet uit Parijs, is „misschien al wel vijftig jaar lang” trouw luisteraar. Hij is zelfs lid van de Association des Auditeurs de France Culture, een vereniging die probeert de radiomakers bij de les te houden door, volgens een foldertje in het Palais, onder andere de kwaliteit, identiteit en het „luistercomfort” van de zender te controleren. „Ik haat reclame”, zegt Furiet. „France Culture wordt met mijn belastinggeld betaald, dus hoef ik niet ook nog eens kapitalistisch gezwets aan te horen.”

De highbrow praatzender kost ongeveer 10 miljoen euro per jaar en wordt volledig door de staat gesubsidieerd. „Maar dat bedrag is maar een schijntje als je bedenkt dat we een soort universiteit voor het volk zijn”, bezweert directeur Olivier Poivre d’Arvor even na de uitzending inde wandelgangen.

„Sinds onze oprichting behoren we tot de kroonjuwelen van de republiek. Ons bestaan is nog net niet in de grondwet opgenomen, maar het scheelt niet veel. Ik maak me over de volgende vijftig jaar geen zorgen.”

Het aantal luisteraars neemt nog steeds toe. Filosofische en historische programma’s zijn, typisch Frans, het populairst, zegt Poivre d’Arvor, directeur sinds 2010. „Mensen hebben het gevoel dat ze slimmer worden door naar ons te luisteren.” Maar de gemiddelde luisteraar is iets te oud, erkent hij. „Boven de vijftig, eerder uit de stad dan van de campagne en even vaak man als vrouw”, somt hij op. „Ik zie het als mijn taak om de zender nog iets toegankelijker te maken.”

Internet speelt daar een belangrijke rol in. „France Culture is in vijftig jaar nauwelijks veranderd”, lacht adjunct-hoofdredacteur Jean-Marc Four: „En nu blijkt dat we daardoor eigenlijk de ideale formule hebben voor internetradio.”