Kunst kost geld, waarom steken we dat steeds in stenen?

Goed nieuws voor het Muziekpaleis Utrecht deze week: na de opening in juni 2014 komt Janine Jansen er meteen de eerste editie van haar kamermuziekfeest vieren in nieuwe, zomerse gedaante.

Wonderlijke stad, Utrecht. Favoriet voor interprovinciale meetings en uitjes. En een mooie stad. Die werven aan de Oude Gracht, de Dom met zijn heldere carillon, de middeleeuwse sfeer die je in Amsterdam mist. Ik liep er met plezier rond vorige week tijdens het Festival Oude Muziek. Overal horeca, dus tijdens een bui was het goed schuilen in een nog beter restaurant. Waar je zonder reservering op prime time terechtkon voor aandoenlijke prijzen, want: Utrecht. De avond tevoren, een zwoele vrijdagavond, bleken alle terrassen van het Janskerkhof ook al minstens halfleeg. Leve Utrecht!

Dat vindt ook Utrecht zelf. De ambities van de stad zijn niet provinciaals, maar landelijk. Nog afgezien van de geknakte ambitie culturele hoofdstad te worden in 2018, is de Vrede van Utrecht net voor 35 miljoen euro gevierd. En dan is er nog dat enorme Muziekpaleis, dat overigens toch maar TivoliVredenburg gaat heten. Kosten: 132,5 miljoen euro, voor vijf zalen onder één dak.

Loop er maar eens langs. De façade heeft iets, tsja, megalomaans. Wat moet die kunstklont in een provinciehoofdstad met 300.000 inwoners, van wie 70.000 (arme) studenten? Van het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ (kosten 60 miljoen) weten we: een prachtzaal op een A-locatie uitbaten valt nog niet mee, zeker niet zonder programmabudget. Vanavond is het Muziekgebouw dus leeg. Woensdag en donderdag ook. Hoe gaan ze dat in Utrecht doen? Komt er dáár extra geld voor de programmering? Naar verluidt niet: de nieuwe directeur (wie durft?) moet dus verstandig inkopen. Lichte hapjes, congressen, omroepconcerten. Rustig aan. Er is maar één Concertgebouw. En trouwens, ook daar weerspiegelt de programmafolder een weerbarstige tijd. Afgelopen weekend ging er driemaal een bankgiroloterijconcert met Rob de Nijs, Ilse de Lange en pianiste Iris Hond. De avonden ervoor: tweemaal de bij Andre Rieu groot geworden zangeres Mirusia. Nou moet het echte seizoen nog loskomen, maar toch.

Kwaliteit kost geld. Kunst kost geld. Waarom steken we dat steeds in nieuwe stenen, niet in wat die stenen herbergen? In mijn meest herfstige buien denk ik: als we niet oppassen gaat dat hele Muziekpaleis ten onder in de krater tussen Utrechtse ambitie en provinciale werkelijkheid.