Kom op!

Sportbeelden rijpen in je hoofd. Met het verstrijken van de tijd krijgen prestaties extra glans, teleurstellende resultaten worden zwarter dan ze al waren.

Het waren enerverende Tourweken waarin een dood gewaande sport zich oprichtte. De camera’s richtten hun lens op renners en natuur. Alleen David Attenboroughs stem ontbrak.

De Tour als een romantisch zomerboek.

Dit weekend werd de NOS-documentaire De Tour van Bauke uitgezonden. De Belkinploeg had na de dopingwinter alle deuren opengezet. Transparantie was het toverwoord. Verslaggever Kees Jongkind mocht embedded de oorlog in.

Alles mogen zien; dat lijkt enerverend maar de kans op voorspelbaarheid is groot. Als de net vrijgekomen Samir A. toestaat dat camera’s hem mogen volgen, weet je zeker hij geen kneedbom gaat fabriceren maar uren op zijn bank hangt.

Van doping dus geen enkel spoor.

De NOS koos voor kleine, onbemande camera’s in de bus en de volgwagen met de ploegleiders erin. Eerst stond het idee me een beetje tegen. Mag je in de haard filmen, kies je voor statische beelden met eenvoudige camera’s. Geen verfijnde scherptediepte, geen gulden snede.

Toch werd de kwaliteit van deze documentaire me tijdens het kijken langzaam duidelijk. Niks Schönfilmerei. Een ode aan de lelijkheid van het wielrennen. „Dat is godverdomme jammer”, zei ploegbaas Merijn Zeeman na een dag achter het stuur. De ploeg miste de bolletjestrui. Zeeman peuterde vuil uit zijn neus en werkte het weg.

De boerenslimme Nico Verhoeven pakte de mobilofoon en sprak zijn renners via hun oortjes bemoedigend toe: „Kom op, mannen.”

Hun aanmoediging in hun onafscheidelijke polo’s zou nog vaak te horen zijn; dan weer welgemeend fel, dan weer tegen beter weten in. Er stond ook een minicamera vanuit de volgauto naar buiten gericht. Een renner in de verte, door de vuile voorruit. Mollema was gevallen.

Een vloek en natuurlijk: kom op!

Naarmate de Tour vorderde, trok Bauke zichzelf leeg, als een batterij. Speelbal van eigen ambitie. Hij strompelde van zijn fiets naar de bus. In de lift van het hotel drong de uitholling van zijn lijf pas goed tot hem door. In zijn kamer stond zijn middeltje klaar: een flesje bietensap.

Wielrennen was hol, hard, vies, pijnlijk, euforisch, slap, krachtig, sportief en gemeen.

Eten slurpen uit een bakje folie met een plastic vork. Wonden behandelen na een val. Ziek op je fiets doorrijden. Dranghekken raken. Sluwe tactiek smeden. Klootzakken die je verkeerd citeren in de krant. Kinderen zagen thuis een veelkoppig monster, bespied door smerig glas.

De live-registratie in juli zag eruit als een gelikte show. Deze Nederlandse documentaire toonde de keerzijde van het evenement. En van het bizarre vak ‘wielrenner’.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.