Kantiaanse vragen stellen

Schaliegas is hot. Wereldwijd. In het lieflijke Engelse dorpje Balcome laait verzet tegen proefborigen op. In het Brabantse Boxtel broeit het. In Rusland twitteren aanbieders van erotische diensten lukraak het Nederlandse woord ‘schaliegas’ rond, om de aandacht te trekken van die horden twitteraars die er kennelijk belangstelling voor hebben.

Veel van de verwoede tegenstand, in Amerika, Engeland en Nederland, vloeit voort uit de verzekering van bedrijven en overheden dat het boren naar schaliegas ‘veilig’ is. Burgers begrijpen ogenblikkelijk de onzinnigheid van die claim: de werkelijkheid is complexe materie en je weet nooit wat er kan gebeuren. Dat is ook de reden waarom de Engelse Reclame Codecommissie eerder dit jaar een boorbedrijf heeft verboden te pochen op zijn ‘veilige technologie’: die belofte kan op geen enkele manier worden waargemaakt.

Ingenieursbureau Witteveen+Bos, dat in opdracht van het ministerie van Economische Zaken een rapport opstelde, was wel zo verstandig te zeggen dat de risico's op vervuiling van de grond klein zijn. In opdracht van de Europese Commissie noemde het onderzoeksbureau de risico’s zelfs groot. Goed, klein of groot, er zijn dus wel degelijk risico’s. Wat moeten samenleving en overheid daarmee? Ze negeren is wel de slechtste optie.

Het beste advies aan overheden is te vinden in het essay Waarom burgers risico’s accepteren en waarom politici dat niet zien van Michel van Eeten, Liesbeth Noordegraaf-Eelens en Jody Ferket. Zelf heb ik ook aan het stuk meegeschreven en dat – geef maar toe – pleit er beslist voor. De boodschap van het essay is eigenlijk vrij simpel: verzand niet in een technocratische discussie of de aanpak veilig is, maar voer vooral een politieke en morele discussie. Hoeveel risico zijn we bereid te nemen? En wie draagt dat risico? Hoe worden de verantwoordelijkheid en de eventuele schade verdeeld?

Het probleem is dat de overheid niet altijd zin heeft in zo’n politieke discussie. Liever verzoekt ze de wetenschap de knoop door te hakken: kunnen we veilig boren – ja of nee? Natuurlijk kan de wetenschap dat niet zeggen: de vraag naar veiligheid draait om interpretatie van data, inschatting van effecten, duiding van onzekerheden. Een eenduidig advies komt er onmogelijk uit. Zoals onderzoeker Daniel Sarewitz onlangs zei in de krant: „Wetenschap is het verkeerde gereedschap om politieke disputen op te lossen.”

Toch laten wetenschappers zich steeds weer verleiden tot de uitspraak dat technologie veilig is. Ik was ontsteld toen zelfs de eminente Hans Clevers, president van de KNAW, in het voorjaar in zijn jaarrede mopperde op twijfels van burgers rondom vaccinatie. De angst voor risico’s is onredelijk, zei hij. „Slechts als we onszelf echt dwingen, kunnen we stapsgewijs redeneren naar de logische beslissing: om ons wél te laten vaccineren.” Met andere woorden, vaccineren is veilig, de wetenschap zegt het en wie aarzelt, denkt niet logisch.

Het voordeel van zo’n aanpak is dat je burgers niet hoeft te vragen risico’s te aanvaarden, want ze zijn er niet. Het nadeel van de aanpak is dat de burgers, die weten dat ze er wel zijn, zich miskend voelen en afgepoeierd. Zolang de overheid volhoudt dat er niets mis is met schaliegas, zullen burgers blijven bewijzen dat er wel iets mis is met schaliegas. De partijen graven zich in en trekken elkaars inzet in twijfel.

Allemaal nergens voor nodig. Burgers zijn best bereid risico’s te aanvaarden. Het overheidsprogramma Risico’s en Verantwoordelijkheden heeft de laatste jaren veel onderzoek verzameld waaruit dat steeds maar weer blijkt. Erken dus liever dat er risico’s zijn en bespreek vervolgens hoe je ermee wenst te leven. Zeg niet, zoals ingenieursbureau Witteveen+Bos, dat ze „beheersbaar” zijn, want dat weet je niet. Stel de grote ethische en daarmee politieke vragen.

Stel de utilitaristische vraag naar de uitkomst voor de samenleving als geheel: levert schaliegas überhaupt iets op, en weegt die winst op tegen mogelijke milieuschade en gezondheidsschade door boren? Stel de Kantiaanse vraag naar rechtvaardigheid: is het billijk dat nationale oplossingen zorgen voor lokale problemen? Is het mogelijk de lokale gemeenschap te vergoeden? Verdiep je in deugden: in de betrouwbaarheid van experts. In de moed van burgers om onzekerheid te aanvaarden.

Een grimmig mensbeeld dwingt overheden hun burgers wijs te maken dat alles onder controle is. Maar zoveel grimmigheid is nergens voor nodig is: mensen zijn veel schappelijker en vatbaarder voor politieke overwegingen dan je zou denken. Waarom zou de minister zulke inzichten niet gebruiken in zijn dossier over schaliegas?

Ja, ik weet het, ik ben ook zo’n schimmige expert die zijn eigen producten aanprijst. Maar, geloof me, ik krijg geen bonus als het goed gaat met Nederland. Het zou me hooguit een plezier doen.

Maxim Februari is filosoof en schrijver. Deze column is wekelijks.