‘Kabinetsplan dwingt ons conservatief te beleggen’

De grote pensioenfondsen zijn het oneens met het hervormingsplan van het kabinet: „Dit is een doodlopende weg”.

Hij noemt het „geen middenweg, maar een doodlopende weg”. Peter Borgdorff, directeur van Nederlands een na grootste pensioenfonds Zorg en Welzijn (2,5 miljoen deelnemers), wil geen compromismodel. Hij is het oneens met het kabinet en de meeste andere fondsen over de hervorming van het pensioenstelsel.

Borgdorff pleit voor een pensioen met meer risico’s, maar ook meer koopkracht. Niet voor een tussenvariant met meer financiële zekerheid waar staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) open voor staat en de Pensioenfederatie voor is.

Behalve Zorg en Welzijn hebben ook ABP, het grootste pensioenfonds, en onbekend aantal kleinere fondsen een afwijkende mening. Afgelopen vrijdag hebben de fondsen hun bezwaren ingediend op het ontwerp wetsvoorstel. Er is een grote kloof in de pensioenwereld over de toekomst van de oudedagsvoorziening.

Hoe kan het dat de grootste twee pensioenfondsen het op zo’n fundamenteel punt oneens zijn met de meeste andere pensioenfondsen?

„Dat vinden we ook heel erg jammer. We hebben de afgelopen maanden zeer intensief overlegd. Ik kan u zeggen dat we afgelopen vrijdag over en weer nog pogingen hebben gedaan om dichter tot elkaar te komen. Maar dat is niet gelukt. Nu is er dus controverse tussen de Pensioenfederatie en Zorg en Welzijn.”

Waarom bent u het oneens ?

„Even terug naar juli. De staatssecretaris heeft ons twee mogelijkheden geboden. Eén: een nominaal pensioencontract met de grootse zekerheid en weinig aanpassing aan de stijging van prijzen en lonen. Het alternatief is een reëel contract. Hierbij zeg je tegen de deelnemer: ik geef u geen zekerheid, maar wel de garantie dat ik mijn stinkende best ga doen om een goed pensioen voor u te regelen. Dat kun je naar verwachting van meet af aan wél indexeren. Dat is wat wij willen.”

Waarom wil de Pensioenfederatie dat dan niet, denkt u?

„De staatssecretaris heeft in de Kamerbrief ook nog gezegd: je zou nog kunnen denken over een tussenmodel. De kern is: omdat je daarbij toch zekerheid blijft geven, hoeven pensioenfondsen niet ‘in te varen’, zoals dat heet. Ze hoeven dan geen ingewikkelde juridische operatie aan te gaan om de oude, bestaande pensioenafspraken om te zetten in de nieuwe.”

Dat scheelt wel een hoop gedoe.

„Ja, maar wij vinden dat geen goede oplossing. Wij zijn niet blij met invaren, laat ik dat vooraf zeggen, maar dat zouden we voor lief nemen.”

Maar met uw reëel pensioen kunt u juridisch geharrewar krijgen?

„Omdat je bij ons model de werkgever en de werknemer nodig hebt, wordt het wel juridisch geharrewar, ja. Maar uit eigen onderzoek stellen we vast, dat invaren niet grootste probleem is, daar kun je met juristen nog eens goed overleg over hebben.”

Maar er is een kans dat een rechter gaat zeggen: dit reële pensioen dat u wilt invoeren, kan niet.

„Dat klopt. Dat kan. En dan zijn er wel weer allerlei opties. Maar dat is allemaal speculatief, dus het heeft niet zoveel zin om dat allemaal na te lopen.”

U zegt: wij geven geen garanties, maar dat leidt tot hogere pensioenen. Er zal dan wel altijd een groep zijn met een verdampt pensioen.

„Dat is niet zo. Alleen al om het simpele feit dat wij het risico spreiden over generaties. Het is heel simpel. Als je zekerheid belooft, moet je veel beleggen in financiële producten met een vaste opbrengst, zoals obligaties. Wij beleggen nu maar voor 35 procent in vastrentende waarden. Als je zekerheid moet beloven, schat ik dat wij naar 70 procent moeten gaan. Het levert minder rendement op, waardoor je ook minder uit kunt keren. Je wordt in je beleggingsvrijheid beperkt.”

Laten we het dan zo zeggen: er blijven wel individuen met pech.

„Dat klopt. Er kunnen altijd beroerde perioden zijn. De afgelopen vijf jaar stonden de pensioenfondsen er ook niet florissant voor. Onze gepensioneerden hebben er niets bij gekregen. Ook de pensioenopbouw van werkenden is overigens niet geïndexeerd.”

Dat is wat u noemt: ‘Het is tijd om eerlijk te gaan praten over risico’.

„Ja. Bij het reële contract zeg je als pensioenfonds: ‘Ik heb een financieel probleem’. Dat ga ik in tien jaar tijd oplossen, maar ik ga wel meteen ingrijpen. Daardoor raak je iedereen. Voor de jongeren worden geen problemen naar de toekomst verschoven, voor de ouderen betekent het: we moeten nu ook pijn mee lijden. Leuk wordt het nooit, maar het is beter gespreid.”

Ook de Pensioenfederatie zei vrijdag nog dat risico’s ‘onverbloemd’ moeten worden verteld. U zegt wel hetzelfde, maar u wilt iets anders.

„Ik snap de verwarring. Wij zeggen: we beloven niets meer dan alleen de ambitie om een goed pensioen te verzorgen. De Pensioenfederatie zegt: wij beloven toch een nominaal pensioen, een onderkant. Het gaat echt over de vraag: als je zekerheid belooft, kun je dan nog wel een goed pensioen realiseren? Wij denken van niet.”

Staatssecretaris Klijnsma heeft vooraf „in het bijzonder” overleg gehad met Zorg en Welzijn, schreef ze nog in de Kamerbrief. Waarom komt het kabinet dan toch hiermee?

„Eerlijk gezegd begrijp ik ook niet. We hebben afgelopen week nog met de staatsecretaris om tafel gezeten. Zij heeft aangeven dat het wat haar betreft dit tussenmodel wordt.”

Staat de federatie nu op scheuren?

„Nee, we blijven in gesprek. Er zijn wel meer dossiers waarover we het niet eens zijn. Dat we op dit punt van mening verschillen, dat stoppen we niet onder het tapijt. Binnenkort gaan we bespreken hoe we moeten voorkomen dat zoiets nog eens gebeurt?”