Ouders eisen geld na uithuisplaatsing

Een gezin heeft vorige maand de Raad voor de Kinderbescherming voor een bedrag van ruim zes miljoen euro aansprakelijk gesteld wegens een onterechte uithuisplaatsing in 2007. Dat bevestigt advocaat A. Westendorp, die het gezin bijstaat.

Drie jonge kinderen uit het gezin werden op advies van de Raad voor de Kinderbescherming uit huis geplaatst. „Dat gebeurde van de ene op de andere dag, nadat de ouders zelf aan de bel hadden getrokken voor hulp”, zegt Westendorp. Volgens de kinderbescherming werden de kinderen veel thuis gehouden van school en hadden ze een ontwikkelingsachterstand. Ook zou een van hen door zijn vader zijn geslagen en zou de moeder de opvoeding niet aankunnen wegens psychiatrische klachten. Volgens de ouders was de uithuisplaatsing gebaseerd op onjuiste informatie. Na negen maanden werd de beslissing door een kinderrechter herzien en konden de kinderen terugkeren naar hun ouders.

Na een klacht van de ouders stelde de Nationale Ombudsman een onderzoek in naar de zaak. In mei vorig jaar concludeerde de ombudsman dat de Raad voor de Kinderbescherming onzorgvuldig had gehandeld en zich niet onpartijdig had opgesteld. De Raad had zich te veel laten leiden door Bureau Jeugdzorg. De informatie aan de kinderrechter die tot de uithuisplaatsing besloot, was daardoor „onvoldoende onderbouwd”.

Volgens Westendorp heeft het ministerie van Justitie, waar de kinderbescherming onder valt, na het rapport van de Ombudsman excuses aangeboden aan de ouders maar geen schadevergoeding uitgekeerd. De ouders hebben nu in een brief het ministerie van Justitie aansprakelijk gesteld en gevraagd om een schadevergoeding van ruim zes miljoen euro. Dat bedrag is volgens Westendorp gebaseerd op emotionele schade, gezondheidsklachten als gevolg van de uithuisplaatsing en de kosten voor de „eindeloze reeks deskundigen” die de ouders moesten inschakelen om te bewijzen dat ze wel in staat waren hun kinderen op te voeden.

De ouders hebben een boek geschreven over hun ervaringen met jeugdzorg en de kinderbescherming, dat vorig jaar gepubliceerd is onder de titel De Samenzwering.