Column

Janneke VreugdenhilCursus Boqueria

Voor wie Barcelona bezoekt en interesse in voedsel heeft, is de Mercat de la Boqueria min of meer verplichte kost. Op de eeuwenoude markt, verscholen vlak achter La Rambla, is bijna alles wat God ontworpen heeft te koop (plus nog een heleboel zaken die de mens in zijn oneindige wijsheid daaraan heeft toegevoegd, zoals smoothies en felgekleurd snoep).

Daarnaast kun je er fantastisch eten. Tussen de marktkramen zijn barretjes opgetrokken waar à la minute de halve ark van Noach voor je per plancha wordt gegrild. Het gaat er bepaald hectisch aan toe en daarom is het handig om te weten hoe het hier heurt. Speciaal voor Barcelonagangers een korte cursus eten op de Boqueria:

1. Omarm de wachtrij, die hoort bij de pret. Bestel alvast een glas cava en geniet van het schouwspel, de razendsnelle bewegingen van de koks, het kraken van een verse langoustine op de gloeiende plaat, de herrie, de geuren.

2. Probeer terwijl je staat te wachten de mensen die met gelukzalige gezichten en voortdurend hun vingers aflikkend aan de bar zitten te eten niet al te hongerig, jaloers of anderszins ongeduldig aan te kijken. Als jij er straks zit wil je je ook ongehaast kunnen wentelen in ongeëvenaard genot.

3. Tegen de tijd dat je aan de beurt bent komt er een mannetje (ja sorry, het zijn altijd mannetjes) naar je toe om te vragen wat je wilt eten. Zorg dat je dat dan ook weet. Wanneer je de menukaart niet begrijpt, kun je wijzen naar wat andere gasten op hun bord hebben liggen.

4. Als je eenmaal zit: vergeet de chaotische wereld om je heen en geniet. Bestel ook gerust een tweede ronde. Laat je in geen geval wegkijken door de rij wachtenden achter je barkruk. Wijs hen zo nodig op punt 2 van deze cursus.

5. Wees geen gierige toerist; geef een gulle fooi.

Volgende week op deze plek het recept voor de salpicon die ik onlangs at bij Bar Central op de Boqueria. Vandaag houden we het simpel met een receptje voor een klassieke tapa: gefrituurde pimientos de padrón. Je weet wel, die kleine groene pepertjes die meestal ontzettend mild zijn, maar waarvan 1 op de 100 je venijnig in de neus bijt. Ze zijn soms te koop, en anders vaak wel te bestellen bij de groentejuwelier.

Verhit een flinke laag olijfolie tot 175 graden en frituur hierin de pimientos tot ze krokant zijn en beginnen te kleuren.

Laat uitlekken op keukenpapier, bestrooi royaal met zoutvlokjes en serveer meteen.