Gezellig, Phone-club i

In de laatste aflevering van Zomergasten was een fragment te zien uit een documentaire uit 1999 van Frans Bromet. Hierin werden mensen op straat gevraagd of zij van plan waren een mobiele telefoon aan te schaffen.

Verbazing alom. Een mobiele telefoon? Waarom in hemelsnaam? Nee hoor, het was juist fijn om niet altijd bereikbaar te zijn. Bovendien: bellers konden op de vaste telefoon een boodschap achterlaten op het antwoordapparaat (wie gebruikt dat woord nog?) of op de voicemail. Geen van de ondervraagden leek van plan óóit een mobieltje te kopen. Hoe de wereld er wat dit betreft nu uitziet, hoef ik niet te beschrijven. Mijn vraag is: kent u een woord of uitdrukking voor het moment waarop mensen, hoewel in gezelschap, helemaal in hun smartphone of tablet opgaan?

Ik heb hier inmiddels twee woorden en twee uitdrukkingen voor gehoord, onder studenten. Hier de context: de studenten zitten bij elkaar, te praten, te roken, te drinken, te gamen of televisie te kijken. Er is altijd wel iemand die tussendoor even met zijn of haar mobiel in de weer is, maar ze zijn meer met elkaar bezig. Tot het moment dat niet een minderheid maar het complete gezelschap zit te pielen met z’n smartphone. In het studentenhuis waar ik dit zag: negen jongens die tegelijkertijd, in elkaars nabijheid, met hun mobiel in de weer waren.

Woord dat zij hiervoor gebruiken: iPhone-club. In een zin als: „Het is weer even iPhone-club.” Of, ironisch: „Gezellig, iPhone-club.” Elders hoorde ik, over vergelijkbare situaties: „mobiele brigade”, „mobiele eenheid” en „het is weer Apple-time”. Voor de goede orde: niet iedereen zit op een iPhone te kijken, het kan een smartphone van een ander merk zijn, maar Apple domineert, vandaar Apple-time en iPhone-club.

Ik heb inmiddels ook een uitdrukking gehoord om dit verschijnsel te voorkomen, want niet iedereen is even blij met deze momenten van isolatie. Context: zes jongeren zitten in een café bij elkaar en één roept: „Op tafel!”, of: „Telefoons op tafel!”

Hoofdspelregel: wie als eerste zijn of haar telefoon oppakt, betaalt een rondje. Soms moet ook het geluid of de trilfunctie van de telefoon uit.

Ik hoorde hierover van een studente culturele antropologie van 21. „Je moet het maar eens proberen”, zei ze. „Het is echt heel erg moeilijk. Je bent zo gewend om iedere paar minuten op je telefoon te kijken. De afspraak is dat we zelfs niks op onze telefoons mogen opzoeken, dus in een discussie ook niet snel iets nazien in Wikipedia of de Moviedatabase. Want je bent van plan om alleen iets op te zoeken, maar voor je het weet kijk je toch even naar je berichten. De anderen pakken dan ook hun telefoon en in no time is ieder voor zich bezig.”

Hoe wijdverbreid de woorden Apple-time en iPhone-club in deze betekenis zijn, is lastig te achterhalen, want Apple-time is ook de naam van een externe harde schijf en iPhone-club tevens de naam van een blog over iPhones. Wellicht gaat het hier om tamelijk particuliere benamingen, maar het verschijnsel is alomtegenwoordig dus ik maak me sterk dat er al meer woorden en uitdrukkingen voor in omloop zijn (reacties graag hier: ewoudsanders.nl/blog).

Het ‘spel’ „Op tafel!” ga ik zeker proberen. Ook mij lijkt het erg moeilijk.

Taalhistoricus Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.