Gedwongen openheid Belkin optimaal benut

Ploegleider Nico Verhoeven in ‘De Tour van Bauke’

Er zijn een paar plekken die je niet snel in een documentaire zult tegenkomen: de raadkamer van een rechtbank, de Sixtijnse Kapel tijdens de pauskeuze, het hart van het Pentagon en een rennersbus en ploegleiderswagen bij de Ronde van Frankrijk.

De laatste twee zijn nu gekraakt, in de als NOS Studio Sportdocument geafficheerde documentaire van Kees Jongkind, beter bekend als De Tour van Bauke. De uit 300 uur materiaal samengestelde documentaire van 95 minuten zal dan ook de hele wereld rondgaan. Nooit eerder was een camera een vlieg op de muur van het met veel geheimzinnigheid omringde wielermilieu.

Met de rug tegen de muur gaf team Belkin toestemming. Zijn reputatie bevond zich na alle dopingbekentenissen op een dieptepunt en de kersverse Amerikaanse sponsor was er veel aan gelegen om de sympathie te herwinnen. De prestaties van renners Bauke Mollema en Laurens ten Dam gaven aanleiding tot een ommekeer, maar ook de openheid voor de camera’s van de NOS, die heel handig het initiatief had genomen.

Behalve regisseur Jongkind was er slechts een cameraman (Klaas Hoyng) en geen geluidspersoon voor beelden van buiten de koers. Als Mollema na een slechte dag op Alpe d’Huez op apegapen ligt, worden hem geen vragen gesteld, maar de camera volgt hem wel tot in de hotelkamer.

Vaste, onbemande camera’s registreerden de teambesprekingen elke ochtend, alsmede wat er gebeurde in de ploegleidersauto van Nico Verhoeven: een naar binnen gericht, de ander door de voorruit naar buiten.

Behalve dat we Verhoeven beter leren kennen als een echte leider, een kalmte uitstralende vaderfiguur te midden van veel testosteron, is de belangrijkste les dat elke beslissing in en buiten de wedstrijd voortdurend interacteert met de mediawerkelijkheid. Hard doorrijden als concurrent Valverde „lek heeft”? Zeker, dat hebben we zo afgesproken, maar we repeteren wel vast ons verhaal voor de pers. Op Twitter wordt Bauke de volgende dag fel aangevallen, hij leest de berichten voor in de ochtendbespreking.

De ironie is dat de grootste helden, zoals de hoofdpersoon van deze documentaire, eigenlijk helemaal niet voor het publiek rijden, maar voor zichzelf. Een delegatie in de Alpen uit zijn dorp Zuidhorn, met spandoek en spreekkoren, wordt begroet, maar niet erg van harte. Maar hij weet wel hoe belangrijk het is dat een krant schreef dat hij door zijn stijl van rijden „het volk de koers heeft teruggegeven.”

De film is een aaneenschakeling van grappige momenten en nieuwe inzichten. Dat Ten Dam, als hij pijn lijdt, naar Kleine jongen van André Hazes luistert. Dat de nieuwe sponsor het vooral heel goed kan vinden met Lars Boom. Dat Robert Gesink het moeilijk heeft met zijn nieuwe rol als meesterknecht. Na een iets te drieste, maar publicitair zeer effectieve ontsnapping in de bergen, maakt Verhoeven in de auto een blikje cola voor hem open. Het voelt als een suikerklontje voor een vurig paard.

De Tour van Bauke verdient ook lof voor het monnikenwerk in de montage, van Maurits Vor der Hake. Het is een observerende, journalistieke documentaire van topniveau, dit jaar alleen overtroffen door Het nieuwe Rijksmuseum, omdat daar ook in de filmvorm kunst werd bedreven, maar in die richting moet je het wel zoeken.