Fondsen tegen plan met pensioen

De twee grootste pensioenfondsen van Nederland, ABP en Zorg en Welzijn, zijn het niet eens met de kabinetsplannen voor hervorming van het pensioenstelsel. Beide fondsen willen meer ruimte om beleggingsrisico’s te nemen.

Het kabinet gaf de fondsen tot afgelopen vrijdag om met een reactie te komen op de hervormingsplannen. Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) legde vorige maand twee varianten voor. De eerste is een nominaal pensioen met een vaste jaarlijkse uitkering. De tweede is een reëel pensioen met meer risico, maar ook meer behoud van koopkracht.

ABP (2,8 miljoen deelnemers en circa 285 miljard euro aan belegd vermogen) wil meer ruimte om pensioenen aan te passen aan de stijging van prijzen en lonen. Dat maakte het fonds vanochtend bekend.

Zorg en Welzijn (2,5 miljoen deelnemers, 130 miljard) heeft al een duidelijke keuze gemaakt voor een reëel pensioencontract. Deelnemers krijgen hierbij geen garanties, maar een hoger rendement, stelt Zorg en Welzijn-directeur Peter Borgdorff vandaag in deze krant.

De opstelling van Zorg en Welzijn staat haaks op die van de Pensioenfederatie, de koepel van pensioenfondsen. De federatie neigt meer naar een tussenvariant tussen een nominaal en een reëel pensioen, waar staatssecretaris Klijnsma ook ruimte voor heeft opengelaten. Borgdorff spreekt van een „controverse” met de federatie.

De staatssecretaris zou Borgdorff afgelopen week hebben gezegd voorstander te zijn van dit tussenmodel, aldus de directeur van Zorg en Welzijn. Klijnsma’s woordvoerder ontkent dat er al een keuze is gemaakt.

Het kabinet probeert inmiddels steun te krijgen bij de CDA-fractie in de Eerste Kamer, waar het pensioenplan binnenkort wordt behandeld.