De spin van het jaar

In 2013 is de gewone mijnspin de spin van het jaar. Daar las ik in januari een persberichtje over: wie de spin had gezien, werd verzocht dat te melden. Inmiddels waren we acht maanden verder en was ik benieuwd hoe het de spin verging.

Spinnendeskundige Peter van Helsdingen (78), die het bericht schreef, ontvangt me in zijn werkkamertje in Leiden. Hij is de Nederlandse vertegenwoordiger van de European Society of Arachnology, het genootschap dat jaarlijks, heel democratisch, de spin van het jaar verkiest.

Grofweg vijftien waarnemingen heeft hij nu binnen. Niet overweldigend. En daar zitten ook meldingen bij als ‘ik heb er thuis een in de bloembak, dat is er vast één’.

Dat is het risico met een spin die heel verborgen leeft, zegt hij. In 2011 was de gewone labyrintspin de spin van het jaar. Die zat bij iedereen in de tuin.

De gewone mijnspin is niet zo gewoon. Het is een vogelspinnetje. Je herkent hem aan de vooruitstekende gifkaken. Hij heet mijnspin, omdat hij een soort schacht graaft in de grond, tot wel een halve meter diep. Daarin weeft hij een kousje van wit spinsel. Dat is zijn web. Hij leeft in Nederland in de zandgronden, maar waar precies – dat hoopt Van Helsdingen nu juist te ontdekken.

Dat weten we niet, zegt hij een paar keer tijdens het gesprek, en laat dan verontschuldigend de palmen van zijn handen zien. Zelfs van de kruisspin weten we nog heel veel niet, zegt hij, met een gebrek aan stelligheid dat je alleen nog bij wetenschappers ziet – en zelfs bij hen vaak niet meer.

Als scholier had hij al een spinnenverzameling. Na zijn studie biologie ging hij werken als conservator, en eventjes als directeur, bij wat nu museum Naturalis heet. Daar mocht hij na zijn pensioen een kamertje houden.

Spinnen hebben een aaibaarheidsfactor van nul, zegt hij. Niemand denkt: o wat leuk, een spin. Die afkeer is een overblijfsel uit de oertijd, is zijn hypothese, toen de eerste mens nog – terecht – bang was voor slangen, schorpioenen en spinnen.

Hij vermoedt dat zijn liefde voor de beestjes via zijn moeder komt, die hij nooit gekend heeft; ze overleed kort na zijn geboorte.

Op zijn bureau staan nog altijd weckpotten. Op eentje staat ‘Turkije 2012 – Theridiidae’. Daar zitten kogelspinnen in die hij daar ving. Een soort goudzoeken is het, kruipend op de knieën, bril op, neus bij de grond. De laatste jaren gebruikt hij vaker een sleepnet. In Turkije vond hij elf soorten die nog niet genoemd werden in de Checklist of the Spiders of Turkey.

Thuis heeft hij een levende vogelspin, zo’n zwarte met haren, Floortje heet ze, vernoemd naar de Floriade, omdat een vrouw haar had gevonden in een Afrikaans trommeltje dat ze daar kocht. Hij voert haar af en toe een dikke bromvlieg.

Hou oud zou ze worden – daar is hij benieuwd naar. Want er is zoveel dat we niet weten.

De lezer die een gewone mijnspin heeft gezien, kan dat doorgeven via peter.vanhelsdingen@naturalis.nl.

Arjen van Veelen (a.v.veelen@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen (m.oostveen@nrc.nl)