Bach is favoriet, zeker bij Poetin

Morgen kiest het Internationaal Olympisch Comité een nieuwe voorzitter. Achter de schermen woedt een machtsstrijd.

Nog even stemmen morgen en dan is Thomas Bach – als eerste Duitser – de nieuwe voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Of kan er nog iets fout gaan? Alleen als de regie hapert.

Achter de schermen van de verkiezing in Buenos Aires is een machtsstrijd gaande met Rusland en een Koeweitse sjeik als protagonisten en Bach als hun voornaamste pion. Het is evident dat Rusland onder aanvoering van president Vladimir Poetin zijn invloed op de sport wil vergroten – zie de vele grote toernooien die er plaatshebben: van de Olympische Winterspelen in Sotsji tot de WK voetbal in 2018. Bij dat streven werft Poetin compagnons voor sleutelposities. De nieuwe IOC-voorzitter is er één van.

Oud-judoka Poetin ziet sport als instrument om Rusland aanzien in de wereld te geven en om in eigen land zijn populariteit te vergroten. Een lijn uit de voormalige Sovjet-Unie, waarin Poetin is geworteld. Hij stapt in een vacuüm dat de Verenigde Staten (alleen geïnteresseerd in Amerikaanse profsporten) en China (blik naar binnen gericht) als concurrerende grootmachten hebben laten ontstaan.

Poetins liaison in het IOC is sjeik Ahmed Al-Fahad Al-Sabah, een Koeweiti die in 1992 brutaalweg de plaats van zijn in de Golfoorlog gesneuvelde vader voor zich opeiste. Poetin leerde Al-Sabah kennen als voorzitter van OPEC, de organisatie van olieproducerende landen. Na een periode van passiviteit bemoeit Al-Sabah zich de laatste jaren nadrukkelijk met het machtsspel binnen het IOC. De flamboyante sjeik heeft intussen de nodige volgelingen verworven en vertrouwelingen in het uitvoerend comité geparachuteerd.

Bach is zo’n comitélid, al dankt de 59-jarige Duitser zijn positie niet aan de sjeik. Ze hebben toevallig oude zakelijke contacten. Bach is voorzitter van de Duits-Arabische Kamer van Koophandel en heeft als voormalig lobbyist van het elektronicaconcern Siemens dankzij de sjeik investeerders geworven. Al-Sabah hoopt nu via Bach zijn invloed in het IOC uit te breiden.

De advocaat Bach zocht voor zijn verkiezing steun bij Al-Sabah en kreeg in diens verlengde ook het vertrouwen van Poetin. De bekrachtiging van die band had in juni plaats tijdens een sportcongres in Sint-Petersburg, waar Poetin en Bach met elkaar lunchten. Dat meldde de gerenommeerde Duitse sportjournalist Jens Weinreich uit eigen waarneming op zijn blog.

Of Bach blij moet zijn met zijn nieuwe vrienden is zeer de vraag. De Duitser heeft hun steun nodig om de plek in het IOC te verwerven waar hij al twaalf jaar naartoe werkt. Maar Bach lijkt zich in een positie te hebben gemanoeuvreerd waarmee hij schatplichtig wordt aan Poetin en vooral Al-Sabah. Een onwenselijke situatie voor een nieuwe IOC-voorzitter.

Dat beseft intussen ook Bach, want in juni heeft hij volgens Weinreich Al-Sabah tijdens een persoonlijk onderhoud in het sjieke hotel Beau Rivage in Lausanne dringend verzocht zich minder nadrukkelijk te presenteren als zijn spindoctor. De trotse sjeik reageerde verontwaardigd en afwijzend.

Verontruste insiders zien de toenemende macht van Al-Sabah als een grote bedreiging voor de onafhankelijkheid van het IOC. Ironisch genoeg komt uit die hoek het verwijt dat de scheidende voorzitter Jacques Rogge het zover heeft laten komen. De Belg mist de gemeenheid om het smerige spel mee te spelen, waardoor Al-Sabah zijn opmars kon maken. Rogge zoekt de redelijkheid en het overleg. Hij is geen man van powerplay.

Beduchte IOC-leden spreken onder elkaar van ABB, wat staat voor Anything But Bach. Maar zoals het er nu naar uitziet is hun aantal te gering om Bach als voorzitter te weren. In die hoek geldt een nadrukkelijke voorkeur voor de Puerto-Ricaanse bankier Richard Carrión, de ‘penningmeester’ van het IOC die als onkreukbaar en onafhankelijk te boek staat en respect heeft afgedwongen met de miljarden die hij via marketingprogramma’s en tv-rechten heeft binnengehaald voor de Spelen.

De vraag is of Bach, mits hij wordt gekozen, de ruimte krijgt om de problemen aan te pakken waarmee het IOC het komende decennium wordt geconfronteerd. Doping blijft een pijnpunt, ondanks de oprichting van wereldantidopingbureau Wada. En even zo grote bedreigingen voor het aanzien van het IOC zijn matchfixing en corruptie in de landen waar de Spelen worden georganiseerd.